home | favorieten | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl


Prikkels over huid
Gezondheid | Ziektegeschiedenissen | 13 Januari 2012 | 19:20:02
Prikkels over hele huid
 
Er is weer een ultrasone muggen- en muizenverdrijver in de handel. Voor de mensen die daar last van hebben even een waarschuwing. Wat niet gezond is voor muizen is ook niet goed voor mensen. Een paar jaar geleden heb ik zowel de gezondheidsinspectie als de Consumentenbond gewaarschuwd, maar ik kreeg daar geen reactie op.
 
Mocht u dezelfde klachten hebben als ik eerder had dan zou ik het op prijs stellen als u mij daarvan op de hoogte zou stellen. Hieronder volgt de beschrijving van mijn klachten van 1997.
 
P.G. Dekker
Utrechtseweg 113
6862 AE Oosterbeek  (januari 2012)
 
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Betreft: Nevenwerking van elektrische ultrasone muggenverdrijver
 
Enige tijd geleden kreeg ik als cadeau een elektrische, ultra- of infrasone muggenverdrijver (kosten ca. NLG 15,- bij een bekende Nederlandse winkelke­ten). Bij het eerstvolgende verblijf in de tropen (Suriname) plaatste ik dit apparaat in een stopcontact. Dit is nu ruim een jaar geleden.
 
De muggen waardoor ik tot dan geregeld was gestoken bleven inderdaad uit de kamer, naar ik aanneem ten gevolge van de voor de menselijke gebruikers van de kamer vrijwel onhoorbare zoem. Tot mijn verbazing smaakte een biertje me twee dagen later niet, door een metalige bij­smaak. Ook kreeg ik de sensatie van voortdurende prikkels over mijn hele huid, 's ochtends minder sterk dan des avonds.
 
Na enige dagen was mijn vermogen om iets te proeven volledig verdwe­nen. Ik voelde me wat ziek, begreep niet wat er aan de hand was en overwoog sterk om naar een arts te gaan, doch stelde dit nog even uit vanwege de vele werkzaam­heden.
 
Na ongeveer een week wou ik iets aan het licht doen en kwam met mijn hand in de buurt van een stopcon­tact. Plotseling werden de steken in mijn huid zeer versterkt. Ik zag dat de door mij geheel vergeten muggenverdrijver in een stopcontact zat waar ik mijn hand vlakbij had gehou­den.
 
Onmiddellijk heb ik de muggenverdrijver uit het stopcontact gehaald. Enige dagen later waren alle onaangename prikkels uit mijn huid verdwenen en was mijn smaakvermogen weer normaal. Gelukkig was ik niet naar een arts gegaan, aangezien deze vrijwel zeker geen goede diagnose zou hebben gesteld.
 
Gememoreerd moet nog worden dat mijn collega, die overdag in dezelfde ruimte met muggenverdrijver verkeerde, geen klachten had. Het apparaat was wel effectief, maar de bijwerking voor een persoon zeer onaangenaam. Ik heb tevergeefs enige mensen aangeboden om een proef op zichzelf te nemen met het apparaat.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 6

Mag ik je kaartje?

Dokter
Maatschappij | Studentenverhalen | 12 Januari 2012 | 13:50:19
                                                                            Voor MDB,
                                                                ter  nagedachtenis
 
Een meisje dat dokter werd in het begin van de 20e eeuw
 
Een jaar voor de eerste wereldoorlog ging Mea medicijnen studeren. Ze was net 17 geworden en kwam vers van de HBS. Eén en al idealen was ze. Ze zou een belangrijke rol gaan spelen voor de achtergebleven arbeidersklasse. Ze zou de hygiëne verbeteren voor de kinderen uit de arme gezinnen, waar men nog nauwelijks van bacteriën had gehoord. De wetenschap was zo vooruit gegaan de laatste decennia. Daar moest iedereen toch van meeprofiteren.
 
Zelf  kwam ze uit een welvarende familie, met een rijke moeder en een vader in agenturen. Haar ouders leefden gescheiden, maar haar moeders vermogen was veilig belegd in een vordering in D-marken op de Duitse familiezaak. Zo zou die nooit iets te kort komen had de familie gedacht.
 
Als aankomende eerstejaars studente werd Mea lid van de AVSV en zong met genoegen de studentenliederen mee.  Ze waren met twintig meisjes die medicijnen gingen studeren. Dat was heel wat meer dan de jaren ervoor. Misschien was het leuker geweest om een taal te studeren, maar met medicijnen kon je zoveel meer doen voor de samenleving.
 
Helaas zagen de mannelijke medestudenten die meisjes niet zo zitten en de professoren eigenlijk ook niet. Hoe zou een vrouw ooit een werkelijk goede arts kunnen worden. Dat was een zwaar beroep, waarbij je dag en nacht voor je patiënten klaar moest staan. Bovendien: helemaal serieus kon je vrouwen toch ook niet nemen, intellectueel. Die kakelden toch maar wat. Geschikt om feestjes te organiseren, maar niet om een motorfiets of auto te besturen of om patiënten te behandelen.
 
Mea genoot van de studie. Zoveel nieuwe kennis. Als een spons zoog ze alles in zich op. Voor een arts is niets vies, hield ze zich voor, toen ze voor anatomie snijzaal moest doen. Voor een arts kan iets gevaarlijk zijn, of besmettelijk, eventueel minder aangenaam ruikend, maar vies is iets voor leken, niet voor artsen. Alleen het onthoofden van levende kikkers stuitte haar tegen de borst. Maar als arts hoorde dat erbij. Je moest wat afstand kunnen nemen van leven en dood. Daar moest je boven leren staan.
 
In haar tweede jaar leerde ze een jongen kennen die natuurkunde studeerde. Hij was net zo van idealen vervuld als zij. Mogelijk nog sterker. Hij had ook HBS, maar moest eerst nog een aanvullend staatsexamen gymnasium doen, voordat hij bevoegd was om natuurkunde te studeren. Gelukkig was hij een knappe kop en had hij daar niet zoveel moeite mee. Samen spraken ze over de nieuwe tijd die ze zouden helpen maken. Helaas werd hij in dat jaar gemobiliseerd in verband met de oorlogsdreiging. Het was 1914 en in dat jaar begon de eerste wereldoorlog. Gelukkig bleef Nederland neutraal. Maar de ellende van de oorlog bereikte ook ons land in de vorm van eindeloze aantallen vluchtelingen uit België.
 
De studie ging door, maar de familie in Duitsland kon nauwelijks meer geld overmaken naar Nederland. Mea moest daarom haar leven drastisch vereenvoudigen. Het studentenleven ging haar grotendeels voorbij nu. Toen ze na drie jaar haar kandidaatsexamen deed waren er nog maar vijf van de twintig aankomende studentes medicijnen over. De rest was afgevallen, moe van de voortdurend negatieve toontjes van hun mannelijke medestudenten en van de docenten. “Begrijpt u het wel, juffrouw, ja u ook juffrouw? U hebt de HBS misschien wel afgemaakt, maar u zit hier nu wel op de universiteit, weet u. Hier moet u net iets meer doen dan alleen maar uw lesje leren…”  De schampere toontjes waren onaangenaam, maar Mea was begonnen met medicijnen en ze zou het afmaken ook.
 
Haar vader deed het niet zo goed in zaken nu, want daarvoor waren de tijden niet goed. Haar moeder kreeg vrijwel niets meer van haar erfenis, maar dat zou na de oorlog wel komen. Voorlopig wist ze het gezin net drijvend te houden door af en toe wat juwelen te verkopen of tafelzilver, waar ze meer dan genoeg van had meegekregen als bruidsschat. Het leven was echter duur tijdens de oorlog en vers fruit en groenten kwamen niet elke dag op tafel. Na de oorlog bleek de hele erfenis verdwenen te zijn. Die bestond uit ruim een half miljoen vordering op de familiezaak. Door de Duitse hyperinflatie was dat nog net genoeg voor een postzegel.
 
In haar zesde jaar, na haar doctoraal examen kreeg Mea door de voortdurende lichte ondervoeding zelfs scheurbuik. Dat kon haar vriend niet aanzien. Die had een veel grotere toelage van zijn vader, die industrieel was. Geregeld had hij haar wat toegeschoven, maar nu moesten ze maar trouwen, vond hij. Dan kon hij natuurlijk niet meer afhankelijk zijn van zijn vader. Daarom zocht hij al voor zijn doctoraal een baan als leraar om maar zelfstandig te zijn.
 
In betrekkelijke stilte trouwden ze in 1919, zonder een uitgebreid huwelijksfeest. Zonder ringen ook, want dat was hun te conventioneel. Mea deed een maand later haar semi-artsexamen. Eén van de vakken was (toen nog) chirurgie op het lijk. Dat was niet haar beste vak. Innerlijk voelde ze toch nog weerstand tegen het snijden in een dood lichaam. Haar verstand zei haar echter dat het niet anders was, en dat het nu eenmaal bij de studie hoorde. Het lijk voelde niets, dat was dode materie.
 
Op de snijtafel lag een man van middelbare leeftijd. De hoogleraar stak direct van wal. “Nou, juffrouw, daar staan we dan. Er is niet veel meer over van die twintig dames waarmee u begon medicijnen te studeren. U bent nu nog één van de drie die het tot het artsexamen hebben volgehouden. Ik hoop voor u dat u ons wat positiefs van uw kennis en kunde kunt laten zien. Begint u maar met de extirpatie van de penis.” 
 
Mea zag zich al bezig de penis los te snijden en dan ten slotte met het mes in de ene hand en de penis in de andere. Nee, dit kon en mocht ze niet. Gedecideerd antwoordde ze: “Pardon, professor, dat doe ik niet.” “Zo, juffrouw, en waarom zou u dat dan niet doen? Bent u daar misschien te goed voor? Of vindt u dat niet bij chirurgie op het lijk passen?” De andere aanwezigen lachten wat en luisterden gespannen toe. “Nee, professor, dit zal me in de praktijk ook niet gevraagd worden.”
 
De hoogleraar voelde dat hij wat te ver was gegaan met zijn opdracht, ook al sloeg het antwoord eigenlijk nergens op. “Nu, prepareert u dan eerst maar eens een oor vrij.” Mea voerde de opdracht uit en sneed daarna nog een arm los. Het ging allemaal niet foutloos en ze kreeg drie maanden om het examen daarna over te doen. Ze had nu zes jaar gestudeerd en ze moest en zou ook haar artsexamen halen. Toen haar man het verhaal hoorde kreeg hij een nieuw respect voor zijn vrouw die zich niet in een hoekje had laten duwen.
 
Oosterbeek, januari 2012
Paul G. Dekker
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 12


Wij tachtigers
Maatschappij | Heterodoxe opinies | 28 December 2011 | 17:37:21

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              Wij Wij tachtigers
 
Wij tachtigers zien het hele leven anders (dat is een vergelijking zonder vergelijkingsobject, zou meester Pennewip zeggen, maar taal is iets anders dan een vierkantsvergelijking).Het verleden is zo gemêleerd, zo verschillend in de uiteenlopende decennia.
 
Vroeger, als kind, vroeg ik altijd aan mijn vader hoe oud bomen waren. Hij zei dan, dat hij dat niet zo precies kon zeggen en dat je de jaarringen moest tellen om het goed te weten. De meeste bomen schatte hij op 10 tot dertig jaar. Soms was er een heel oude boom van wel zeventig of zelfs ouder. Dan dacht ik: wat zijn er toch vreselijk oude bomen. Die woudreuzen, wat zijn ze toch bijzonder. Nu relativeer ik dat. De meeste bomen zijn jonger dan wij zelf.
 
Zo gaat het ook met de dagelijkse of zelfs uitzonderlijke gebeurtenissen in het leven. Ze zijn niet meer zo bijzonder. Men klaagt over gebrek aan respect voor het gezag en de overheid. Nou, dat is gezond, denken we. Respect moet je verdienen en het gezag…?
 
In onze jeugd hoorden we al: God, vaderland en oranje…Moord, uitbuiting en wat franje. In de tweede wereldoorlog was er een burgemeester in Hazerswoude die een Joods echtpaar,  dat ondergedoken was en toch zo maar op straat liep, herhaaldelijk aangaf bij de Gestapo. Vervolgens werden het echtpaar en zijn gastheer eindelijk opgepakt, het echtpaar vermoord in een concentratiekamp. Zo ging dat in die dagen.
 
Diezelfde burgemeester werd na de oorlog voorgedragen als burgemeester van Den Haag. Dat gaf protesten in de pers. Een aantal hoogleraren protesteerde tegen de perscampagne omdat het gezag van de overheid daarmee ondermijnd zou worden.
 
Fiat mundus, pereat justitia, laat de wereld haar gang gaan, ook al gaat het recht ten onder, zo parafraseerde een student een bekend juridisch adagium. Dat gaf weer nieuwe woede bij het establishment. Het gezag, ja, ach, probeer de overheid haar werk te laten doen, maar handhaaf een gezond wantrouwen.
 
We spreken maar niet over meneer Staf, later minister van Oorlog, die tijdens de tweede wereldoorlog onze boeren bemoedigend toesprak, toen ze naar de door de Duitsers bezette Oekraïne gingen, om daar gestolen grond te gaan bewerken. Fantastisch, een minister met zo’n verleden.
 
We spreken maar niet over de rol van de overheid bij de moordgronden in Cambodja, of over ons eigen verleden in ons Indië: Rawagede waar circa 500 mannen werden vermoord door Nederlandse troepen. We denken even aan Oradour-sur-Glane, met zo’n 640 slachtoffers en aan Putten. Wat zou het mooi zijn om iets van een fatsoenlijke vergoeding te geven aan de nabestaanden, ook na zestig jaar, beter laat dan nooit, zou je denken. Maar nee hoor, we doen liever aan filantropie met ontwikkelingshulp (ook een beetje aan dit dorpje). Alleen een rechter kan de Nederlandse overheid nog dwingen tot een schadevergoeding aan de nabestaanden zelf.
 
Gek, die zogenaamde politionele acties, georganiseerd door ons Ministerie van Oorlog, terwijl de socialist Drees minister-president was. Nu ja, Drees was mogelijk een fatsoenlijke en zeker zuinige man, maar had hij ooit buiten de grenzen gekeken, had hij enig benul van de tropen en de mensen die daar wonen? In wezen was hij een provinciaaltje, zoals de meeste van onze politici. Dat de wereld anders zou reageren op het vrijheidsstreven dan deze Nederlanders, daar had hij nooit aan gedacht.
 
Waarschijnlijk heeft die koloniale oorlog van ons heel wat meer gekost dan we ooit hebben binnen gekregen aan Marshallhulp van de VS.
 
Na de tweede wereldoorlog, onze oorlog, zijn er heel wat andere moordpartijen geweest, georganiseerd door overheden, net als ervoor. Wij kijken daar niet van op. Mensen zijn tot alle schurkenstreken in staat (net als andere dieren, zou Midas Dekkers zeggen). Het effect is groter naarmate de techniek voortschrijdt, zou je denken. Maar dat is ook niet zonder meer waar. De details van de moordpartijen zullen we maar niet bespreken.
 
Nee, verbijsterd zijn we niet meer, ook niet door Russische, Servische of Kroatische wandaden. En als een politicus beweert dat hij verbijsterd is door een of andere wandaad, dan denken we: die is een uilskuiken of hij beweert maar wat om zijn beeld te verbeteren.
 
Nu worden we overspoeld door nieuws over megalomane schooldirecteuren en andere bestuurders. Alles moet groter, tot en met Europa. De Grieken hebben wat meer uitgegeven dan ze konden betalen, met geleend geld van banken. Wij handhaven onze Europese solidariteit en onze Euromanie, ondanks deze Griekse catastrofe (ook al zo’n mooi Grieks woord).
 
Dat gebeurt nu, en de volgende gelijksoortige ramp komt zeker binnen twintig jaar. Net als Amerikaanse banken in het verleden bijna failliet gingen toen ze te veel geld hadden uitgeleend aan Zuid-Amerikaanse dictatoren. Alleen de Zwitsers zijn daar beter van geworden.
 
Wij tachtigers zijn anders geworden. Wij relativeren. Soms teveel. De toekomst is voor de jeugd. Lang leve de toekomst. Er is altijd wel wat te beleven. Rust en geluk vind je alleen bij het werk in je tuintje, constateren we, met de Groninger zanger Ede Staal en de Franse filosoof Voltaire.
 
Oosterbeek, 20 juni 2011
Paul G. Dekker
 
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              Wij
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 14


Klein Regeringsprogramma
Politiek | Economische en politieke stukken | 07 December 2010 | 13:06:38
Klein Regeringsprogramma  
een paar ideetjes
 
Ons land is geen NV of BV
Allereerst dient een regering in te zien dat Nederland geen naamloze of besloten vennootschap is, maar een democratie. Dat neemt niet weg dat er ook zakelijke belangen zijn voor ons land. Functioneren van een democratie stelt specifieke eisen aan de organisatie van een land, zoals stabiliteit, continuïteit en een menselijke kleinschaligheid, alles waar maar enigszins mogelijk, om de invloed van de burgers op en de betrokkenheid bij het bestuur te optimaliseren. Daarnaast moeten oude, bestaande doelcorporaties zoals de waterschappen gehandhaafd worden als en zolang ze hun doeltreffendheid kunnen bewijzen.
 
Dit alles heeft gevolgen voor de bestuurlijke organisatie. De regionale bestuurslaag dient in handen te blijven, c.q. weer te komen, van de provincies in plaats van in die van districten die aangestuurd worden vanuit Haagse departementen. De invloed van de provincies is de laatste decennia voortdurend ondergraven (zoals aangetoond door het rapport van de Cie. Geelhoed). Deze continue ondermijning van de regionale autonomie gaat gepaard met centralisatie en verkleining van de invloed van de burgers evenals van hun belangstelling voor de politiek. Hetzelfde geldt uiteraard voor de voortdurende, veelal gedwongen samenvoeging van gemeenten. Een van de eerste kansen voor een redressering van deze trend bestaat momenteel in de komende reorganisatie van de politie. De politieke verantwoordelijkheid voor de ordehandhaving op regionaal niveau zal bij de Commissaris van de Koningin moeten worden gelegd. (Uiteraard hoort een CdK die zich misdraagt niet een jaar later onderscheiden te worden).
 
Daarnaast zijn er van die vanzelfsprekende oplossingen voor problemen, die niet of nauwelijks geld kosten. Waarom die niet gebruiken?
 
Een hoger doel
Eerst en vooral moet ons land een hoger doel kiezen: iets bijzonders, een monument voor ons nageslacht en voor alle tijden. Iets waar we tenminste een generatie aan moeten werken en wat past bij ons land. Het ligt voor de hand om te denken aan een verdubbeling van ons wat kleine oppervlak met behulp van waterkundige werken. De heer Waterman heeft (net als anderen) al eerder de mogelijkheid van een serie eilanden voor de kust geopperd. De vergroting van het oppervlak hoeft niet alleen in de breedte gevonden te worden, maar kan ook in de diepte worden gerealiseerd. (tunnels voor vrachtverplaatsing).
 
Elk land heeft een hoger doel nodig, waarachter de bevolking zich met enthousiasme kan scharen. Egypte had piramides, Dubai zijn opgespoten stad. Frankrijk zijn Eiffeltoren. Wij zouden een monument ter herinnering aan onze eeuwige strijd met het water goed kunnen gebruiken.
 
 
Onderwijs:
eisen stellen aan resultaten bij eindexamens, controles steekproefsgewijs, per school.
Toelichting: Resultaten zijn slecht door systematische verhoging ("opleuken") van schoolcijfers. Zonder controle is deze praktijk niet uit te roeien. Bij waarneming van onvoldoende scherpe beoordeling de school straffen en salaris van de directie met 10% verlagen. Kosten € 10 miljoen. Opbrengsten: verhoging van kwaliteit opleidingen, invoering van het besef dat leerinspanning beloond wordt.
 
Onderwijs 2:
Verkleining van scholen tot maximaal 500 leerlingen.
Toelichting: De ongeremde vergroting van scholen heeft geleid tot steeds meer managementlagen en scheiding van leidinggevende en onderwijsgevende functie.  Dit heeft de kosten van het onderwijs verhoogd en de kwaliteit verlaagd. Invoering geleidelijk.
 
Ordehandhaving:
Fietsendiefstal tot 10% van het huidige niveau terugbrengen door inschakeling extern bureau.
Toelichting: hoog niveau van fietsendiefstal maakt van volk een bende gauwdieven. Deze gewoonte moet uitgeroeid worden. De politie is daar kennelijk niet zonder hulp toe in staat. Belangrijkste stap zal waarschijnlijk blijken te zijn de opsporing van grote helers. Als de vraag naar gestolen fietsen vrijwel verdwijnt valt ook het motief voor diefstal weg. Extern bureau moet plan van aanpak maken en toezien op uitvoering, eventueel met laten aanpassen van wetgeving. Politie moet processen verbaal opmaken, OM vervolgen, rechter veroordelen. Geschatte kosten € 2 miljoen.
 
Ordehandhaving 2:
Invoering van verdovingspijltjes en netten voor vangen, arrestatie en bedwingen van rellen. Invoering van om een hoek schietende en waarnemende geweren bij politie en leger.
Toelichting: Verdovingspijltjes zijn niet altijd toe te passen, maar zijn minder gevaarlijk dan kogels en kunnen goed naast kogels door de ME gebruikt worden. Bij de arrestatie van een RAF-lid zou daarmee de gegijzelde kolonel mogelijk wel in slaap zijn geschoten door de politie, maar niet zijn doodgeschoten, zoals gebeurde. Bij de rellen bij Hoek van Holland in 2009 hadden pijltjes waarschijnlijk een beter effect gehad dan de kogels. Het gebruik van netten bij gevechten gebeurde al in de oudheid, o.a. bij gladiatoren door de zogeheten retiarius, en is nu weer modern, wordt ondanks tegenwerking wel eens toegepast in de VS. Ook bij beveiliging zouden netten meer gebruikt kunnen worden, evenals bij bedwinging van rellen. Proeven voor maximaal € 10.000
Om een hoek schietende geweren zijn vooral belangrijk bij straatgevechten en bij het bezetten van panden. In wezen een vrij eenvoudige oplossing voor verkenning van andere ruimten en voor het beschieten van daar aanwezige tegenstanders. De eerste geweren van dit type zijn al ontwikkeld door Israel. Verdere ontwikkeling goed mogelijk in samenwerking met FN in België. Proeven makkelijk te verwezenlijken, kosten ca. € 10.000.
 
 
Ordehandhaving 3.
Het is merkwaardig, ja onlogisch, dat in ons land psychiatrische patiënten die een misdrijf hebben begaan eerst een gevangenisstraf moeten uitzitten en pas daarna behandeld worden. Als patiënt behoren ze direct behandeld te worden. De rechter kan dan voorkomen dat ze minder dan een normale straftijd buiten de maatschappij worden gehouden door  behandeling met een minimumduur op te leggen.
 
Economische zaken:
Afschaffing van subsidies voor innovatieplannen, vervanging door prijzen voor belangrijke vernieuwingen en kostenverlagende praktijken. Wel interessant is ondersteuning van proefprojecten op nieuwe terreinen, zoals het gebruik van biomassa voor energieopwekking.
Toelichting: Subsidies gaan gepaard met veel paperasserie en bureaucratie, en werken niet of nauwelijks. Serieuze prijzen hebben vooral een goede publiciteitsinvloed. Een hoge prijs voor de ontwikkeling van een techniek van ontzilting van zeewater voor een vast te stellen lage prijs per kubieke meter zou een bijdrage kunnen leveren aan goedkoper drinkwater voor droge gebieden en zou ook internationale waterconflicten kunnen voorkomen. Nettokosten nihil, waarschijnlijk zelfs besparingen.
 
Volksgezondheid:
Stoppen met fusies en bouw van luxe ziekenhuizen als tempels van Hippocrates. Meerploegensystemen invoeren bij gebruik van kostbare apparatuur (in plaats van duplicering van apparatuur). Bedrijfstijden van ziekenhuizen verlengen, door ook tijdens weekeinden en feestdagen ziekenhuizen normaal te laten functioneren. Ook ’s nachts dienen artsen-specialisten in een ziekenhuis aanwezig te zijn om noodgevallen op te vangen. Verder moet weer ingesteld worden het instituut van hoofdverpleger(ster), Zorg voor enige concurrentie tussen particulier geëxploiteerde en overheidsziekenhuizen. (verg. de IJsselmeerziekenhuizen)
Toelichting: De verlenging van de bedrijfstijd van onze kostbare ziekenhuizen met hun dure apparaten is noodzakelijk om de kosten te verlagen. Daarnaast is verbetering van de beschikbaarheid van medische dienstverlening nodig. Momenteel moeten specialisten met wachtdienst veelal opgeroepen te worden van huis. Om snel in te kunnen grijpen moet een specialist in het ziekenhuis aanwezig te zijn. Bij de verpleging gaat veel mis door het afschaffen van de hoofdverpleger(ster). Deze is nodig om de gegevens van patiënten en hun behandeling door te geven en juiste verzorging te bewaken. Het huidige gebrek aan hiërarchie miskent dat gedeelde verantwoordelijkheid geen verantwoordelijkheid met zich brengt.
 
Prijs instellen voor verdere vervanging van proefdieren.
Toelichting: Menselijke weefsels kunnen tegenwoordig op vrij grote schaal gemaakt worden. De effecten van nieuwe geneesmiddelen op de mens hoeven daarmee niet meer op andere proefdieren te worden nagegaan. Systematisch onderzoek van de nieuwe mogelijkheden moet bevorderd worden door de overheid, wil men het grootschalige misbruik van proefdieren tegengaan. Nieuwe methoden zullen ook in het buitenland overgenomen worden. Kosten € 1 miljoen.
 
 
Ontwikkelingshulp
Natuurlijk moeten we bereid zijn een paar procent van ons inkomen te besteden aan verbetering van de inkomenspositie van extreem arme mensen, in Afrika, Haïti, of waar dan ook. Daarbij moeten we wel zo realistisch zijn om in te zien dat vele, zo niet de meeste vormen van ontwikkelingshulp geen arme mensen vooruit helpen of zelfs averechts werken. Alleen maar geld uitgeven met het etiket Ontwikkelingshulp helpt niet om het doel te bereiken. Bij de beoordeling van vele projecten bleek het oordeel al vele decennia negatief uit te vallen. Daar normale, logische conclusies uit te trekken blijkt vrijwel onmogelijk in ons land. Mogelijk wordt op politiek niveau eigenlijk gemikt op invloed van ons land, of beter gezegd op aantrekkelijke internationale posten (baantjes) voor nationale politici. Loont het om daarvoor miljarden te besteden? En zo ja, voor wie? Voor de belastingbetaler ook?
 
Financiën
Wij Nederlanders vinden inflatie niet zo prettig. In andere landen wordt daar milder over geoordeeld, behalve in Duitsland dat zich zijn hyperinflatie van na de eerste wereldoorlog nog herinnert. Met de huidige Euro als gemeenschappelijke munt kunnen we ons niet zelfstandig opstellen. Hoe lang de Euro nog stand zal houden weten we niet. Voorlopig proberen we ons eigen huishoudboekje wat in evenwicht te houden.  Of het lukt om blijvend de geldhoeveelheid in Europa in de hand te houden is nog de vraag. Voorlopig moeten de problemen niet verergerd worden door nieuwe leden toe te laten tot de EU. Associatieverdragen zijn eerder op hun plaats.
 
Cultuur
Ook de overheden mogen wel wat geld uitgeven aan cultuuruitingen. Daarbij hoeft de onnozele burger zich niet alles diets te laten maken. Grote bedragen uitgeven aan een nieuwe hype, zoals het in papier wikkelen van de Pont Neuf of het Rijksdaggebouw, geeft wel stof tot praten, maar weinig blijvends. Cultuuruitingen die in de markt onvoldoende geld kunnen genereren voor hun beoefenaars zijn uiteraard de enige cultuurvormen die subsidies nodig hebben. We kunnen beter niet te veel nadruk leggen op museale aspecten van het leven en moeten accepteren dat sommige kunstvormen verouderd zijn in de ogen van het publiek.
 
Steden die miljarden bestemmen voor het wat veranderen van hun binnenstad (zoals Groningen) hebben kennelijk te veel vrije fondsen. Hierop kan een korting van bijvoorbeeld 10% op de uitkering uit het gemeentefonds worden toegepast.
 
Defensie
Het ministerie dient eerst voldoende munitie en wapentuig te hebben, ook voor oefening voor uitzending, voordat nieuwe missies worden ondernomen. Uitzending zonder adequate ondersteuning dient te worden uitgesloten. De marine en luchtmacht moeten zorgen voor voldoende bescherming tegen piraten van koopvaardijschepen die onder Nederlandse vlag varen. Potentiële nieuwe bedreigingen van Nederlandse belangen worden onvoldoende onderkend. Een krijgsmacht blijft nodig.
 
Waterstaat
Voor ons land blijft het water zowel een vriend als een bedreiging. Verdediging tegen deze erfvijand heeft een natuurlijk prioriteit ten opzichte van vrijwel alle andere overheidstaken. Geen enkele bescherming dient zonder reserveondersteuning bij breuk te zijn (vgl. waker, slaper en dromer bij dijken). Uitbreiding van ons land met nieuwe eilanden is een aantrekkelijk doel.
 
De voortdurende verstopping van wegen, met name bij de grote steden is niet acceptabel. Ondergronds vrachtvervoer, naast dat over water, kan verlichting geven. Verder moeten we aanvaarden dat bij 16 tot 20 miljoen inwoners die zich allemaal per auto willen verplaatsen wat meer dan een procent van het oppervlak van ons land als weg wordt gebruikt.
 
Luchthavens bij grote steden leveren de zekerheid op dat in de buurt opnieuw ernstige ongelukken gaan gebeuren met ook slachtoffers in deze steden, met name in Amsterdam. Een uitwijkhaven voor gehavende vliegtuigen kan bijvoorbeeld bij Lelystad worden gevonden om de kans op nieuwe rampen zoals destijds in de Bijlmer te verkleinen.
 
Energie
Kern van de problemen rond klimaatverandering en uitputting van grondstoffen is de opwekking van energie. Ook al is er nog genoeg fossiele energie in de ondergrond voor vele decennia (steenkool, gas en olie). De winning daarvan wordt moeilijker en riskanter voor ons milieu. Bovendien gaat het gebruik ervan gepaard met uitstoot van kooldioxide met alle daaraan klevende problemen. Wijffels heeft daar kortgeleden terecht over opgemerkt dat ons nationale beleid consequent gericht dient te zijn op andere opwekkingsvormen dan het gebruik van fossiele energie. Prijzen voor geslaagde (rendabele) en veelbelovende nieuwe ontwikkelingsvormen en ondersteuning van proefprojecten liggen voor de hand. Nieuwe kerncentrales geven teveel risico’s bij de exploitatie en problemen bij de opslag van radioactief materiaal (extra kanker, lekkage bij veilig geachte zoutmijnen, enz.).
 
De Euro
Als internationale geldeenheid kan de Euro waarschijnlijk niet blijvend gehandhaafd worden. Voor de deelnemende landen heeft hij momenteel het voordeel van makkelijke verrekening, maar alle nadelen van de gouden standaard. Het blijkt moeilijk, zo niet onmogelijk om elk land zijn economische politiek geheel aan te laten passen aan de centrale doelstelling van begrotingsevenwicht. Tekorten op de nationale begrotingen zijn uiterst moeilijk weg te werken zonder opstandige bewegingen te veroorzaken. Overgang op een rekeneuro lijkt de meest logische oplossing. We hebben die hier al gehad vòòr de invoering van de Euro, namelijk bij het effectenverkeer. Liefhebbers kunnen de Euro dan in hun eigen land handhaven. Griekenland (bijvoorbeeld) kan zijn internationale transacties in Euro’s blijven afhandelen en intern de Drachme weer gebruiken. Ook voor eventuele, nieuwe associés van de Europese Unie kan dit een geschikte oplossing zijn voor een geleidelijke aanpassing.
 
Inflatie wordt in verschillende landen totaal verschillend beoordeeld. Duitsland is na de hyperinflatie van na de eerste wereldoorlog uiteraard allergisch voor sterke inflatie, maar lijkt, net als ons land goed met inflatoire ontwikkelingen van 2 tot 4% te kunnen leven In Frankrijk werd voor de Europese Unie een inflatiepercentage van zo’n 12% als bevorderlijk voor de economische groei gezien, zoals ik in een aflevering van Le Point kon lezen. De VS hadden ongeveer tot het bewind van president Reagan nauwelijks inflatie, daarna een aanzienlijke. Gezien de totaal verschillende inflatiepercentages in vele grote volkshuishoudingen kan een land blijkbaar heel wat inflatie overleven. Gewenning (bijvoorbeeld met inbouwen van automatische looncorrecties in Cao’s)  leidt echter tot een behoefte aan voortdurend hogere geldontwaarding. Zolang dat een onteigening met zich brengt van economisch niet actieven ten voordele van economisch actieven (zoals in Italië tijdens en na de tweede wereldoorlog) kan dat een nieuwe ontwikkeling van de volkshuishouding betekenen die mogelijk gunstig is voor het land. Voor de benadeelden is het in elk geval een pijnlijk proces.
 
Vergrijzing
Aan de vergrijzing valt voorlopig niet te ontkomen. Ook de voortschrijdende hogere levensverwachting maakt die vergrijzing deels blijvend. Toch zal door de natuurlijke afsterving van de hogere leeftijdsechelons de huidige ongewoon verticale bevolkings”piramide” weer een meer normale driehoekige vorm krijgen. Er blijft echter het probleem van de financiering van een groter deel van het leven dat boven de 65 jaar wordt doorgemaakt. De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd komt op hetzelfde neer als een verlaging van de pensioenen. Het is zeer de vraag of dat een ideale oplossing is. De kosten van die pensioengenieters bestaan uit de goederen en diensten die zij gebruiken. Deels komen die tot stand door het door henzelf opgebouwde kapitaal, deels door de arbeid van de actieve beroepsbevolking. De aandelen van de verschillende productiefactoren zijn wezenlijk niet te scheiden (gezamenlijke producten). De financiering van de ouderenzorg dient door de economisch actieve groepen plaats te vinden. Die groep zal in elk geval een groot deel van de arbeid moeten leveren voor de productie van de nodige goederen en diensten. De blijvende vergrijzing is tevens een mooie economische groeifactor, natuurlijk vooral voor de ouderenzorgsector.
 
Cultuur
Cultuur is een wazig begrip zonder begrenzing. Alles kan onder cultuur gerekend worden, van sport tot schilderkunst, van seksbeleving en ballet tot mode. Gelukkig hoeven de meeste cultuurvormen financieel niet door de overheid gesteund te worden, sommige vormen wel, en met name die vormen, waar niet zoveel publieke belangstelling voor is. Voor voetbal is veel belangstelling, maar toch lijkt geregeld overheidssteun nodig, en wordt die zelfs geëist. Dat komt doordat er internationaal veel concurrerende vraag is naar zeer goede, dure voetballers. Die hebben dan ook veelal een jaarinkomen van meer dan een miljoen euro. Een zeer groot publiek met weergave van wedstrijden op de TV maakt dat ze een grote reclamewaarde hebben. Er is geen reden waarom we meer geld van de belastingbetalers in deze sport zouden moeten steken. De bedrijfstak zou zichzelf makkelijk moeten kunnen bedruipen.
Schilderijen van Rembrandt hebben minder reclamewaarde, die van onbekende meesters geen enkele. Balletten en operavoorstellingen brengen het ook niet altijd tot tv-uitzending. Hetzelfde geldt voor veel klassieke muziek en voor museale exposities. Wil je in een land veel orkesten houden en veel musea aanhouden, dan is (overheids?)subsidie nodig. Vooral die kunsten die niet meer veel publieke belangstelling hebben moeten worden gesubsidieerd wil je ze op de been houden.
 
Uitbreiding van het museale aanbod doet de vraag rijzen of we niet meer in heden en toekomst moeten leven dan in het verleden. Zet voorlopig het Historische Museum maar op een heel laag pitje, zou ik zeggen (net als de VVD-CDA-regering). Eerst dient de uitbreiding van het Rijksmuseum en het Stedelijk klaar te zijn. De financiële begeleiding van deze projecten doet sterk denken aan die van Stopera en Metro. Voordat nieuwe grote projecten worden aangepakt zal de financiële begeleiding op een betere leest moeten worden geschoeid. De meeste overheden zijn hier mogelijk niet zo goed in. Voorzichtig zijn met subsidies is duidelijk geboden. Plotseling stopzetten van subsidies kan erg veel waardevols kapot maken. Op lange termijn moeten we het aanbod van zogenaamd hogere cultuurvormen het beste overlaten aan de marktwerking: als het publiek er niet meer in geïnteresseerd is dan ook niet kunstmatig het aanbod in stand houden. Voor het bewaren van het ons nagelaten erfdeel zal de overheid blijvend geld moeten bijleggen, aangezien de publieke belangstelling voor museale uitingen onvoldoende geld opbrengt.
 
Zwarte bladzijden
Overigens ben ik van mening dat ons land alles moet doen om de zwarte bladzijden uit onze geschiedenis te onthouden en de gevolgen van onze slechte overheidshandelingen zoveel mogelijk te verzachten. Dat geldt zeker voor de vergoedingen aan de  nabestaanden van de ca. 500 door Nederlandse soldaten vermoorde inwoners van Rawagedeh. Eventuele afspraken ter zake over overdracht van schulden aan de Republiek Indonesia mogen geen reden zijn om de schade af te wentelen op die nabestaanden. Ook geldt voor elke fatsoenlijke overheid dat deze klokkeluiders schadeloos behoort te stellen en zeker niet mag vervolgen (Bos, Spijker).
 
Er is meer te regelen
Natuurlijk moeten overheden meer regelen dan alleen de punten waarop hierboven is ingegaan. Regeren is niet alleen vooruitzien, maar vooral het voortdurend blussen van nieuwe brandjes. Bovendien, wat centraal geregeld wordt is nooit goed voor iedereen. Aan de communistische praktijk zijn vele aardige voorbeelden te ontlenen van miserabele regelingen. De voor- en nadelen van centralisme vormen een ander verhaal.
 
Paul G. Dekker
Oosterbeek, december 2010
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 64


Discrimineer beter
Taal | Heterodoxe opinies | 30 Oktober 2010 | 11:54:09
Discrimineer beter
 
Er moet meer gediscrimineerd worden, maar wel op de goede gronden. Discrimineren betekent onderscheid maken. De werkelijkheid in al zijn variëteit is kleurrijker dan we voor mogelijk houden. Die moeten we niet steeds over één kam willen scheren. Verkeerd discrimineren brengt veel leed toe aan andere wezens. Goed discrimineren kan vreugde toevoegen aan het leven.
 
Een goede vriend van me beschouwt zichzelf als een echte racist, met name wat betreft appels en aardappels. Laatst las ik een recept waarbij aardappels de hoofdrol vervulden. De schrijfster had kennelijk weinig verstand van aardappels, want elke rasaanduiding ontbrak. Dan ben je toch direct uitgekeken op zo’n recept. Er is momenteel zo’n breed spectrum aan aardappelrassen, dat je als koper niet meer weet wat je moet inslaan. Opperdoese Rondes voor de puree? Andijker Muisjes voor in de schil? Berbers als overgang naar Bildstar? (niet te verwarren met de inferieure Redstar). Frieslanders om rauw te bakken?
 
Welk ras moet je kiezen voor een bepaalde spijs? En welk ras van welke grondsoort? En in welk seizoen? Culinair zijn dat belangrijke vragen. Wie niet op ras en grondsoort let is geen aardappel waard. Aardappelkenners weten heel goed, dat tot voor kort Bintje (genoemd naar een leerlinge van Meester De Vries, een bekende en succesrijke aardappelkweker) een goede frietaardappel was. Er zijn proefdagen om verschillende rassen te proeven, verwerkt tot patates frites. Wie hier als fabrikant niet discrimineert is tot ondergang gedoemd.
 
Voor appels geldt iets soortgelijks. Onze appelaar gaf verrukkelijke Notarisappels, maar alleen zolang ze een beetje onrijp waren. Al gauw werden ze ietwat melig, maar leverden dan nog wel een heerlijk appelmoes op. Nu, in oktober is een goede Groninger Kroon ongeveer de beste appel die je kunt vinden, als je relaties hebt. Voor de appeltaart is de Goudreinette natuurlijk het koninginnetje. In de winkels is bijvoorbeeld Jazz prima, ook van beet, als hij vers is. Maar denk ook aan het land van herkomst: kies voor het Noordelijk halfrond in onze herfst en winter, voor het Zuidelijk halfrond in onze lente en zomer. Onderaan de smaaklijst staan Golden Delicious appels, groenig geel, vrij goedkoop, met een redelijk goede substantie, redelijk houdbaar, maar vrijwel altijd zonder aroma (in Groningen worden ze Golden Liesjes genoemd).
 
Over peren spreken we maar beter niet. De beste peren komen in ons land nauwelijks op de markt. In Frankrijk vormen ze de basis voor de heerlijkste dranken: Eau de vie Poire William’s en likeur op dezelfde basis. In onze Betuwe zie je alleen rasloze bordjes met appels en peren als aanwijzing voor boerderijverkoop. Zowat allemaal smaakloze Conférence peren.
Aardappels, appels en peren, zonder discriminatie krijg je alleen rotzooi in de mond.
 
Nee, accepteer dat niet. Er moet meer gediscrimineerd worden, maar wel op de goede gronden.
 
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 30 oktober 2010
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 77


CDA, Christus deed het anders
Taal | Heterodoxe opinies | 29 Oktober 2010 | 13:06:29
CDA, Christus deed het anders
 
Dit is een onverwacht grapje over de afgekorte naam van het Christen-Democratisch Appel. Waarom moet je er toch even om lachen? Mag je het gedrag van mensen vergelijken met dat van een halfgod? Ja natuurlijk. Er is geen ethische imperatief om vergelijken verwerpelijk te vinden. Als het menselijk gedrag goed is dan kan het de vergelijking redelijk doorstaan.
 
Het huidige spraakgebruik laat vergelijkingen nauwelijks meer toe, omdat elke vergelijking als een gelijkstelling wordt gezien. Vergelijken we Wilders met “Il Duce” (Mussolini), dan komt de heer Wilders er zeer goed vanaf. Vergelijken we appels met peren dan is de smaak van de vergelijkende persoon doorslaggevend. Zuurgraad en gewicht per vrucht verschillen, evenals stevigheid en bestendigheid tegen buikziekte.
 
Dit kleine stukje pretendeert een bespiegeling te zijn over vreemde taalontwikkelingen. Mag je de Koran of de Bijbel vergelijken met Mein Kampf? Ja, natuurlijk. Dan komt Mein Kampf er mogelijk wel erg slecht vanaf. Das Kapital is ook een dergelijk verheerlijkt boek, verward, oneindig dik en geen aangename bedlectuur, om het zacht te zeggen. We spreken bij geen van deze boeken maar over hun innerlijke strijdigheden.
 
Christen-Democraten, is dat geen innerlijke strijdigheid? Zijn gelovige mensen het niet aan zichzelf en hun geloof verplicht om voor een theocratie te zijn, zoals Israel? Is een gelovig mens nog wel geloofwaardig als hij het volk wil laten heersen? Misschien is het toch niet zo gek, die grappige interpretatie van CDA.
 
Nu ja, Vox populi, vox Dei: de stem van het Volk is de stem van God, zoals de Romeinen al in de gaten hadden…
 
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 29 oktober 2010
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 61


Trias Politica in Nederland
Politiek | Economische en politieke stukken | 14 Oktober 2010 | 21:01:30
Trias politica in Nederland
 
Het lijkt alsof er nu binnen afzienbare tijd een nieuwe regering gevormd kan worden, die mogelijk op de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer kan rekenen. Die afgesproken stabiliteit betekent dat de leden van de meerderheid van de Tweede Kamer geen vrijheid meer zullen hebben om tegen voorstellen van die regering te stemmen.
 
Hoe anders had de Montesquieu zich het ideaal voorgesteld in zijn boek van 1748: De l’esprit des lois. Dit boek werd overigens al in 1751 op de index geplaatst door het Vaticaan, verboden dus voor gewone burgers. De Montesquieu wenste immers een scheiding van machten, met name tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Hij had (terecht) een diep wantrouwen tegenover de mens, en vooral de mens met macht. Vandaar de noodzaak tot interne controles binnen de overheid. De term Trias Politica is aan dit systeem van scheiding der machten gegeven, terwijl in onze tijd er nog een vierde macht geïdentificeerd is, namelijk die van de ambtenarij. Voor de controle van de uitvoerende en de rechterlijke macht is mogelijk de vrije journalistiek een van de belangrijkste mechanismen gebleken.
 
Het nut van de scheiding der machten blijkt onder meer bij het falen van de uitvoerende macht (zie bijv. het Watergate schandaal) en de rechterlijke macht (denk bijv. aan de Puttense moordzaak). Op gemeentelijk niveau hebben we in navolging van de Commissie Elzinga het dualisme proberen te versterken door wethouders niet meer lid te laten zijn van de gemeenteraad. Op landsniveau denken we kennelijk nog steeds erg monistisch, alsof een stevige controle van de regering en haar besluiten en voorstellen overbodig zouden zijn.
 
Een aparte verkiezing door de burgers van de eerste minister, die dan zijn regering moet vormen en beleid moet verwerkelijken en verdedigen zou natuurlijk ideaal zijn en is al bepleit in NRC-Hbl. Dit zou de beschamende vertoning van onmacht van de politiek tijdens maanden onderhandelen onnodig maken. Daarvoor is echter nogal wat wetswijziging nodig. Voorlopig is dat ook niet nodig. Niets weerhoudt het parlement immers van een keuze van een regeringsleider met de aanbeveling aan de Koningin om hem een regering te laten vormen.
 
Daarmee zou aan die regeringsleider het eigen gezag worden gegeven om de nodige maatregelen te nemen die tegenover het parlement verdedigd zouden moeten worden. Een dergelijke verkiezing lijkt op de benoeming van de burgemeester door de gemeenteraad in bijvoorbeeld Duitsland (in Nederland voorgestaan door de PvdA).
 
Een betere procedure voor het vormen van een regering is dus op korte termijn mogelijk en zou de democratie goed doen.
 
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 27 september 2010
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 113


Regen in de zomer
Relaties | Diversen | 12 Oktober 2010 | 12:53:03
Regen in de zomer
 
Het was een koude regendag. Ik moest op een van de grachten zijn. De iepen stonden groen aan het water en over alles hing een nevelachtige regensluier. De kalender wees juni aan en sommige Amsterdammers beweerden dat het zomer was. Zelf dacht ik niet aan jaargetijden. Ik voelde me alleen maar koud en eenzaam onder mijn vochtige regenjas. Mijn eenzaamheid had iets blijvends, op dezelfde manier als de eentonig grijze lucht. Misschien miste ik de regenboog, die overigens onbestaanbaar was met dit weer. Niets wees erop dat er ook maar enige verandering mogelijk was. Er was geen wind voelbaar, alleen maar die eentonige regen. Alles was grijs, koud en nat. Mijn God, wat was het een mistroostig weer. Alle ellende en melancholie van een halve eeuw ontreddering op één dag geladen.
 
Haar kamer was netjes, keurig en koud. Nou en wat had ik dan gedacht?  Was mijn vrouw dat dan niet, soms? Keurig en koud. Dat was niet aardig. Zo was ze niet. Vanavond kwam ze nog niet, pas morgen. Ze was wèl lief en ze kon niets terugzeggen. Het deed er niet toe trouwens, Gisteren niet, nu niet en morgen niet. Ik hoefde ook niet meer aardig te zijn, of onaardig of billijk of gemeen. Gewoon zakelijk de scheiding afwikkelen. Zou ze me dan missen? Ach, iedereen verbeeldt zich onmisbaar te zijn. Alleen zou ze er ook wel komen. En waarom maakte ik me er eigenlijk druk over? Hield ik dan toch nog van haar? Natuurlijk was ik wel aan haar gehecht, oude meubels doe je liever niet weg. Moe was ik, ja ongelofelijk moe. Ik moest maar wat slapen.
 
Was het woensdag of donderdag? Waar was het Zuiden? Je kunt het ook niet zien
als de zon er niet is. Het regende en mistte en ik zag niets. Geen zon , geen boten, geen mensen. Alleen maar regen. Langzaam en voorzichtig voer ik vooruit. Waarheen eigenlijk? Vooruit, niet zeuren. Geen aanvaringen, opletten, ruimte houden. Telkens de misthoorn laten gillen. Verdomme, waarom deed dat ding het nu zo slecht? Alleen een soort gestamp hoorde ik, of was het een laag geluid van een koe die even toonloos zuchtend steunt, ehh, of was het alsof iemand op een stuk hout bonsde? Of een mengsel? Nu werd het wat luider. Dat was mijn misthoorn niet. Er kwam een schip aan, een groot schip leek het, maar waar? Waar dan toch? Ik kon nog steeds niets zien. Liepen we gevaar? En waar  kwam dat dan vandaan? Moest ik mijn schip stilleggen, of juist snel vooruit varen?
 
Was ik daarvoor opgevoed, had ik daarvoor gezwoegd en gespaard, om nu als een rat naar de kelder te gaan? Je kunt niet alles voorzien. Het geluid was duidelijker nu. Ik moest van boord, van het schip af springen voor het te laat was! Ik stond al klaar toen mijn schip doorboord werd en zonk.
 
“Het schip was verloren maar de kapitein, sprong aan de andere kant in het water en bleef in leven. Verzekering dekt de schade.”
Kranten zijn nuttig, maar waarom zeggen ze niets van mijn roerganger? Waar is mijn bemanningslid eigenlijk? Elk voor zich en God voor ons allen is een oud motto. Maar zo gaat het niet helemaal in onze maatschappij. Ik zie het al voor me, de aanklacht. “Kapitein, u bent verantwoordelijk voor uw schip en bemanning.”
“Ik ben verantwoordelijk, ja, meneer de Inspecteur, maar wie spreekt er van verantwoordelijkheid? Uit de koers geslagen, van het goede pad af, zo u wilt. Maar dat is allemaal onzin. Het weer was verantwoordelijk, de omstandigheden, God, als u wilt. Daar vallen toch geen processen tegen te voeren? Ik moet van boord, nu! “
 
Overpeinzingen gaan gauw, zo op het laatste ogenblik.  Maar het was te laat voor overpeinzingen. Ik sloeg mijn been over de reling om te springen - -  en ik sperde mijn ogen open. Het andere schip was toch aan stuurboordzijde, waar ik stond,  tegen ons opgevaren en ik voelde iets kouds tegen mijn knie.
 
Ik werd wakker. Er stond een vrouw over mij gebogen. Stuurman, schip, stamelde ik, kan ik weer lopen? Ik ontwaakte uit mijn verdoving. Mijn vrouw stond aan mijn bed. Ze kuste me. “Jongen, heb je gedroomd? Haal je been binnenboord, het wordt koud zo”.
 
“Liefje, zei ik, nu zakelijk, de scheiding. Hoe regelen we die verstandig?” Er schoot een brok in mijn keel. “Ach liefste, kom toch, laten we alles vergeten”. Ik strekte mijn armen uit. “Samen”, zei ze. “Ja als kapitein en stuurman, zonder schipbreuk vooruit”. Ik sloot mijn ogen en voelde me gelukkig. Niet meer alleen. De regen was opgehouden. Een nieuwe dag, en de zon scheen. Ja, het was eindelijk zomer geworden.
 
Zo zie je maar weer hoe gevoelens kunnen bedriegen. De motregen vormde grote druppels aan de takken en als je naar buiten keek dan zag je ze vallen. Zo is het Nederlandse weer: negen maanden winter en drie maanden net geen zomer.
 
Paul G. Dekker
Oosterbeek/Gr./z.j.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 85


Avondstemming
Spiritualiteit | Diversen | 12 Oktober 2010 | 12:40:11
                                                                                                          Voor J.F. de B.
 
Avondstemming
 
Duizend fietsen denderen traag voorbij.
Er is nog maar één antwoord dat ons redden kan: Sinterklaas.
Onze handen grijpen naar de boeken en eisen verklaring.
Waar is het deficit?
 
De groene weiden drijven aan de einder vele malen langs ons heen.
Lege vrouwenogen rollen terug, van last ontdaan.
Wat wil een mens beginnen, waar begin ook einde is?
En waar slechts Sinterklaas nog goede gaven geeft ---
 
Geen alfabet, nee geen papier kan voldoende letters bevatten
Om de dreinende eindeloosheid der werkelijkheid,
Waar geen magie tot leven wekt,
Te verbeelden in zwart op wit.
 
Alleen een kleine holte in het midden van een toren vol watten,
Geeft enigszins weer wat we zien.
O Sinterklaas, Almachtige en Algoede Heer,
Keer tot ons terug en vul onze harten met blijde verwachting.
Hergeef ons die heerlijke jeugd vol pepernoten en marsepein.
 
Doch laat de roede als een ochtendster
Bij de opgang van de koestrende zon der leeftijd verdwijnen.
Dat gemoedsrust ons deel wordt
Als het rimpelloos oppervlak van een dood kanaal.
 
Paul G. Dekker
Gr.-O´beek., `60-2010
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 89


Met dank aan Griekenland,grappige economie
Economische en politieke stukken | 22 Juni 2010 | 13:07:10
Met dank aan Griekenland
grappige economie  
 
We mogen Griekenland wel dankbaar zijn. Niet alleen voor wat het in het verleden deed voor Europa, onze beschaving, voor zijn vele ideeën of voor hun pantheon. Nee, heel actueel, voor zijn bijdrage aan de effectieve vraag naar goederen en diensten. Die extra vraag heeft een rol gespeeld in het enigszins handhaven van de werkgelegenheid in Europa.
 
Dat extra geld uitgeven, meer dan de staat binnenhaalt, is iets wat we zelf ook zouden kunnen, denkt men al gauw. Maar de Grieken hebben het op een relatief grotere schaal gedaan dan bijvoorbeeld Duitsland en Nederland. Werkgelegenheid is waarschijnlijk belangrijker dan alle overbodige rommel die we elkaar aansmeren. Maar dat is niet onze Noord-Europese moraal. Wij zijn mensen van spaarpotten, zei Martin van Winden op 7 mei 2010 op televisie (Nova). We hebben zelfs spaarpottenmusea.
 
Gezien vanuit de samenleving haalt sparen geld uit de circulatie, en is verwant aan geldvernietiging. Echt sparen kun  je op macroniveau alleen maar doen door goederen, vooral kapitaalgoederen, te maken die je niet direct opmaakt. Economen weten dat allemaal, maar vergeten het vaak ook weer als het erop aankomt.
 
Om de inflatie te bestrijden willen we niet teveel geld in omloop hebben. De belasting dient ervoor om die geldhoeveelheid wat te beperken (vgl.bijv. C.Goedhart, Hoofdlijnen van de leer der openbare financiën). Als de staat geld uitgeeft groeit daarmee de geldhoeveelheid. Allemaal gesneden koek. Binnen de Europese Unie hebben we afgesproken dat elk land zijn begroting, dus zijn uitgaven en inkomsten, in beginsel in evenwicht zou houden. Tijdens een depressie is het verstandig om iets meer uit te laten geven door de lidstaten, om wat extra vraag te creëren en de effecten van de negatieve massapsychose te verminderen. De lidstaten zien allemaal wel dat dit extra geld uitgeven niet te royaal moet worden, maar  tegelijk willen ze allemaal dolgraag, dat ergens extra vraag tevoorschijn komt. Om overmatig uitgeven tegen te gaan spreken we echter elke staat bestraffend toe die teveel uitgeeft.
 
Griekenland hield zich niet aan de afspraken en gaf wel teveel uit. Heerlijk. En iedere minister van Financiën met een beetje benul van macro-economie is gelukzalig met de extra vraag die daar geschapen werd. Tegelijk is iedere minister blij dat hij niet zelf de te gulle hand heeft gehad. Nee, het zijn de losbandige Grieken die zich niet aan de regels hebben gehouden. Foei, driewerf foei !
 
Ter adstructie even wat gegevens van o.a. World Factbook van de CIA. Dat geeft gegevens over de lopende rekening van de betalingsbalansen. China had in 2008 een overschot van US $ 343 miljard, Nederland van 59, Luxemburg en België beide 11 miljard, Griekenland een tekort van 36 miljard en de VS een tekort van US $ 747 miljard. Overschotten en tekorten op de betalingsbalans worden deels veroorzaakt door het begrotingsgedrag van de staten. Nederland krijgt in 2010 waarschijnlijk een tekort van 5,3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), Griekenland van 13,6%, het UK echter ook 11,5%, bij een heel wat grotere bevolking en een ook veel groter BBP. (zie ook NRC-Hbl. 14 juni 2010, met gegevens van Eurostat). De VS verwacht zelfs  een begrotingstekort van US $ 1600 miljard, gelijk aan ca. 10,6% van het nog veel grotere BBP (Nu, Economie). Al die landen met grote tekorten op hun begroting en betalingsbalans maken het klimaat wat beter voor onze werkgelegenheid. Hoe groter het land en tekort, hoe beter voor onze werkgelegenheid. Dank daarvoor, zou je zo zeggen.
 
Toch fijn dat die rottige, ongedisciplineerde Grieken ook voor een beetje extra vraag en werkgelegenheid  hebben gezorgd en nog fijner dat we hen nu boos aan kunnen kijken. Komiek die paniek. Slechte Hellenen. Dank u, Griekenland !
 
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 14 juni 2010
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 98


 

Home   weblog sinds: 2009-03-19

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.