 |
 Woningdistributie en huurdersbescherming
Politiek | Economische en politieke stukken
|
18 April 2012 | 15:16:05
 |
Distributie en bescherming van huurders
Het probleem van onvoldoende huurwoningen
Meer dan zestig jaar na de tweede wereldoorlog wordt in ons land nog steeds een aantal goederen met een distributiesysteem verdeeld. Auto’s en andere duurzame consumptiegoederen worden vrijelijk verkocht en verhuurd, maar veel huizen zijn nog steeds onderhevig aan distributie. Met name huurwoningen zijn schaars en niet makkelijk te verkrijgen in een groot aantal steden. Voor wie over genoeg geld beschikt zijn er meer dan genoeg koopwoningen in verschillende prijsklassen, maar huren is veelal moeilijker. Dit is een interessant verschijnsel. Juist in een tijd van overcapaciteit in de bouwnijverheid zou men voldoende aanbod in alle deelsectoren van de woningmarkt verwachten. De vraag is in hoeverre het overheidsbeleid een bijdrage kan leveren aan het verminderen van tekorten.
Bescherming van individuele huurders of van de groep
In ons land is lange tijd gekozen voor bescherming van individuele huurders. Dat was begrijpelijk in een periode van krap aanbod. Hogere prijzen voor woningen zouden immers het aanbod van woningen niet verhogen. De woningmarkt is bij uitstek een voorraadmarkt, doordat de jaarlijkse nieuwbouw slechts een zeer geringe fractie bedraagt van de voorraad. De prijselasticiteit van het aanbod is dan ook uiterst laag.
Die lage prijselasticiteit geldt wel voor het woningaanbod als geheel, maar hoeft absoluut niet te gelden voor de huursector. Vooral bij leegstand van woningen zou het aantrekkelijk kunnen zijn om deze te verhuren. Dat blijkt echter niet zo te zijn, o.a. door de beschermende maatregelen die de overheid heeft getroffen voor huurders. Wie een huis verhuurt hoeft er niet op te rekenen dat hij een huur kan ontvangen die in overeenstemming is met de verkoopwaarde van het pand. Ook bij een duidelijke overeenkomst kunnen huurcommissies de prijs naar eigen inzicht en regels verlagen. Erger nog, de huur kan, tegen de zin van de verhuurder en tegen de afspraken in van de huurovereenkomst, voor onbepaalde tijd worden gecontinueerd. Van een vrije markt is dus geen sprake.
Er is alle reden om zich te bezinnen op de vraag of dit een maatschappelijk wenselijke toestand is. Bescherming van de individuele huurder lijkt een groot goed te zijn, maar komt die bescherming ook ten goede aan de huurders als groep? Hiervoor dient men het totale aanbod aan huurwoningen te bekijken. Het is duidelijk dat dit aanbod beperkt wordt door eenzijdig beschermende maatregelen voor huurders, aangezien potentiële aanbieders geen zekerheid hebben over hun huurinkomsten en de duur van de huur. Wie binnen afzienbare tijd zijn woning zelf weer wil betrekken of het pand wil verkopen kan veelal beter zijn huis niet verhuren. Tijdelijke leegstand is vaak het gevolg. Soms heeft dat weer krakers aangelokt die in Nederland lange tijd een aanzienlijke bescherming kregen.
Vergroting van het aanbod
Is vergroting van het aanbod van huurwoningen op korte termijn mogelijk? Opheffing van het distributiesysteem met de daarbij horende bescherming van huurders en vrijmaking van de markt van huurwoningen, zal op korte termijn extra aanbod uitlokken in de verschillende prijsklassen. Het aanbod van huurwoningen als onderdeel van het totale woningaanbod is immers veel elastischer dan het laatste. Op één voorwaarde, dat de institutionele belemmeringen worden opgeheven. Dat zal in eerste instantie gepaard gaan met prijsverhogingen, tot een evenwicht is bereikt tussen huren en stichtingskosten. Vele koopwoningen zullen al gauw als huurwoningen worden geëxploiteerd, wanneer de eigenaren meer zekerheid krijgen over inkomsten en de vrijheid om de duur van de huur te beperken. Voor(onder)verhuur van kamers geldt een en ander in versterkte mate. Het is niet zo aantrekkelijk om een kamer van een woning te verhuren, wanneer het risico bestaat dat de samenleving gedwongen voortgezet moet worden.
Aantallen huurwoningen in Nederland
Een belangrijke vraag is die naar het aantal woningen waar het eigenlijk om gaat. Het ministerie van Volkshuisvesting enz. (VROM) en het CBS hebben onderzoek laten doen door onderzoekers Blijie, Van Hulte en Poulus van ABF Research te Delft en Hooimeijer van de Universiteit Utrecht. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de publicatie: Het wonen overwogen, De resultaten van het Woononderzoek Nederland 2009. Geconstateerd wordt dat we op 1 januari 2009 met bijna 16,5 miljoen mensen samen 7,3 miljoen zelfstandige huishoudens hadden, die voor 96% een zelfstandige woning bewoonden (Hoofdstuk 2, Kerncijfers over wonen).
Het relatieve aandeel van het aantal huurwoningen is na 1994 wat gezakt tot minder dan 45% in 2009. De totale woonquote lag in 2009 voor huurders op 37%, voor eigenaren op 26% (inclusief bijkomende lasten als energiekosten en belastingen). De eigenaren hadden gemiddeld een bijna twee maal zo hoog inkomen als de huurders. In 2009 was er in alle sectoren een tekort aan huurwoningen, in totaal ruim 200.000 (fig. 3.17), behalve bij de goedkoopste huurwoningen. Verwacht werd een toename van de tekorten. De cijfers over aanbodstekorten in 2009 in de huursector hoeven niet precies aan te sluiten op de huidige tekorten in 2012. De hier aangehaalde aantallen zijn geaggregeerde grootheden van het land als geheel. Plaatselijk zijn zowel de absolute aantallen als de percentuele afwijkingen tussen aanbod en vraag uiteraard anders.
We willen hier echter geen statistische studie uitvoeren naar tekorten en overschotten per regio of gemeente, maar analyseren in hoeverre beleid kan bijdragen aan verminderen van tekorten in de huursector van de woningmarkt.
Overgangsmaatregelen
De remedie voor schaarste aan huurwoningen lijkt duidelijk. Een vrijlaten van huren en loslaten van de bescherming van individuele huurders zal stellig het aanbod vergroten. Er dreigt echter een ernstige schade te ontstaan voor vele huurders met een beperkt inkomen, als de huursector in zijn geheel ineens vrij wordt gelaten. Waarop berust het recht van huidige exploitanten van huurwoningen om plotseling enorme extra inkomsten te verwerven in een situatie van schaarste? Die vraag kan met extra kracht worden gesteld voor de woningcorporaties die hun activiteiten (ex Woningwet) direct of indirect hebben gefinancierd met overheidsgeld.
Er is dus een duidelijke indicatie voor een overgangsregeling, waarbij bestaande huurders ontzien worden. Voor nieuw te bouwen huurwoningen door anderen dan woningcorporaties zou volledige contractvrijheid moeten worden ingesteld, evenals voor koopwoningen die, al dan niet tijdelijk, voor verhuur worden ingezet.
Conclusie
Conclusie is dat de huidige schaarste aan huurwoningen dient te worden aangepakt door een nieuw, aanvullend beleid, dat marktgericht is. Er is alle reden om verhuur van nieuwe woonruimte aan marktpartijen over te laten, zonder inmenging van overheidswege in prijs en duur van de verhuur. Voor bestaande huurovereenkomsten is overgangsrecht gewenst. Zodra evenwicht is bereikt tussen stichtingskosten en huurniveaus kan het hele systeem van bescherming van huurders beperkt worden tot een beperkte groep van economisch zwakke huurders. Voor hun huisvesting is een blijvende taak weggelegd voor de woningcorporaties.
P.G. Dekker
Oosterbeek, maart 2012
|
|
|
 |
 |
 Koning der Joden
Gezondheid | Ziektegeschiedenissen
|
18 April 2012 | 14:39:43
 |
Waarschuwing: dit stukje is niet geschikt voor lezers die niet (willen) weten dat Jezus een Jood was.
Koning der Joden
Op Goede Vrijdag werd ik opengesneden en op Pasen vond de wederopstanding plaats. Dat zat zo.
Na de oliebollen van oudjaar kreeg ik een ernstig loopprobleem. Oliebollensyndroom leek de eenvoudigste etikettering, maar de neuroloog dacht er anders over. Ik moest een beeld van mijn ruggengraat (tegenwoordig helaas met een n in het midden) laten maken met behulp van magnetische resonantie. “Hebt u mogelijk ook metaal in uw lijf, vroeg hij me voorzichtigheidshalve.” Een eenvoudige vraag, lijkt het, maar ik moest er diep over nadenken.
Metaal? Ja, wat zijn er allemaal voor metalen? Ken ik het periodieke systeem van Mendelejew (en Lothar Meyer) nog wel goed genoeg? Wat zijn er allemaal voor metalen? Horen de halogenen daar ook bij, nee toch niet. Nu vooruit: magnesium is een metaal en natrium misschien wel en aluminium zeker. Ja ik heb vast wel aluminium in mijn lijf, dat metaal komt zoveel voor aan de oppervlakte van de aarde. IJzer, ja veel ijzer heb ik in mijn lijf. Mijn bloed zit er vol van. Koper, niet zoveel, denk ik, maar je schijnt er wel wat van in je lijf te moeten hebben. Cesium, mogelijk binnengekregen met zelf geplukte paddenstoelen, radioactief ook nog misschien, na de ellende van Chernobyl. Hafnium, weet ik niet. Uranium, mogelijk een beetje, verdere metalen? Wat is er nog meer? Dat alles schoot niet zo georganiseerd door mijn hoofd, maar dwarrelde ergens als vage associatie door mijn achterhoofd, zoals wij leken dat uitdrukken. De heer Swaab zou dat stellig anders zeggen. Enigszins perplex door deze schijnbaar eenvoudige vraag was ik even met stomheid geslagen. Je wilt zo’n goedwillende en zeer geleerde arts toch een eerlijk antwoord geven. Waar of niet?
“Hebt u mogelijk een hartaanjager? Pacemaker noemen ze dat tegenwoordig in modern Nederlands”, vroeg hij me daarna. Nee, die had ik niet. Pas later bedacht ik dat mijn bek vol goud zat, een edel metaal dat daar door een goede tandarts in gevleid en geplakt was. Maar dat scheen niet van betekenis te zijn voor de beeldvorming.
Maar laat ik het kort houden. De lijdensweek is toch al niet zo lang. Ik werd doorgestuurd naar een bekende Rooms-katholieke kliniek (de orthodoxe katholieken vieren hun Paasfeest wat later doordat ze de Juliaanse tijdrekening hebben aangehouden en in zo’n instelling was het hele verhaal dus ernstig veranderd). Enfin, de operatie werd gepland voor Goede Vrijdag. Ik voelde even bezwaren opkomen tegen zo’n keuze. Moesten ze me daar ook nog alle erfzonden van de hele mensheid op de schouders laden? Je weet maar nooit. Die Katholieken zijn van oudsher nogal antisemitisch, behalve ten aanzien van Jezus dan, want dat is een edel-ariër, om met de nazi’s te spreken. Wat hebben wij die arme man toch aangedaan met die kruisiging en dan nog een voetenplankje volgens prof. Smalhout, om hem niet te gauw dood te laten gaan. Wat zijn we toch een vreselijke diersoort, waarschijnlijk door de hypertrofie van de grote hersenen.
Maar goed, we leven in een moderne samenleving en de scherpste kantjes zullen nu wel van het geloof afgeslepen zijn. Bovendien was de neurochirurg iemand uit een bekende socialistische familie, en dus redelijk verlicht, dacht ik zo. Maar je weet maar nooit: een zenuwtje is gauw doorgesneden en dan zit je met de gebakken peren, maar wel in een rolstoel, al troostte iemand me met de opmerking dat er heel veel zenuwen in de zogenaamde paardenstaart zitten en dat het bij letsel best bij een klapvoet kon blijven. De neurochirurg had me ook al gerustgesteld: dit was een routinezaakje voor hem. Ik was dus niet al te somber over de afloop.
In de operatiekamer gerold moest ik even wachten, waarbij de nodige bloedmonsters werden afgenomen en allerlei apparaten aan mij bevestigd. Je voelt je dan echt het lijdende voorwerp, al word je nog zo vriendelijk bejegend. Met de anesthesist, anesthesioloog tegenwoordig, vanwege zijn verregaande geleerdheid, kon ik nog van gedachten wisselen over de meting van mijn bloeddruk met centimeters kwikdruk. Verouderd, naar zijn mening. Waarom geen meters waterdruk filosofeerden we. Ja, water is niet zo handig in dit geval, dan moet je het al op de vastgestelde temperatuur brengen en houden, het liefst op 4 graden Celsius, anders is het soortelijk gewicht weer lager, dus ook het gewicht van een kolom van tien meter. Een atmosfeer is ook al niet een zo handige grootheid voor druk. Hoe hoog is die kolom lucht boven ons eigenlijk? En morgen? Nee, Hecto Pascal leek hem geloof ik een betere eenheid. Maar ik ben niet zo thuis in de meterologie, al wil je toch overal een beetje over mee kunnen kletsen, al was het maar om de tijd te verdrijven.
Daar kwam de neurochirurg binnen: “Jongens, alles is een beetje verlaat, maar nu aan de slag. Piet pakt de beitels, Jan de botzaag en Herman de frees…” Daarna ben ik alles vergeten, wat mij overkomen is, terwijl ik de beitels en de zaag er al bij heb gefantaseerd. Herinneringsverlies heet dat. Dat heb ik eerder al eens gehad, toen ik op de fiets, bij Zurich, naast de Afsluitdijk, een betonnen paaltje omver had gereden en met mijn hoofd op de betonnen weg terecht was gekomen. Geen eierschedel, kennelijk, maar mijn verstand is er niet op vooruit gegaan en dat is nooit meer goed gekomen. Nu vergeet ik van alle drie dingen die ik erbij leer vier, zoals wijlen mijn schoonmoeder in spe placht te zeggen. Maar dat is een andere geschiedenis.
Zowel voor als na de operatie moest ik voortdurend aan iedereen in het ziekenhuis uitleggen wat er met mij zou gaan gebeuren, en later wat er gebeurd was. Tenslotte gooide ik de Latijns-medische term er maar tegenaan: lumbale laminectomie, weghalen van stukken wervelboog die op mijn aan het ruggenmerg ontspringende zenuwen drukken. Vernauwingen van de uitgangskanalen die nu verwijd worden, heb ik begrepen. Maar ik ben maar een leek, al is er in de loop van de vele decennia enige kennis opgestapeld, maar bij een leek ligt dat alles er wat als los zand bij, waarvan af en toe wat opstuift. Net als nu, zal ik maar zeggen.
De dag na de operatie mocht ik wat uitslapen. Ik zat vast aan een statief met een zak fysiologische zoutoplossing om me niet uit te laten drogen. Dat was zo’n zeventig jaar geleden wel anders, Toen werd ik zes uren na een langdurige operatie eindelijk eens wakker en had dorst als een verlaten woestijnreiziger na vier dagen midden in de Sahara liggen in de zon. Water, water, smeekte ik iedereen, maar dat mocht ik nou juist niet hebben, omdat ik me dan misschien zou verslikken, of was er een andere reden bedacht? Gelukkig hebben mijn medepatiënten me toen toch stiekem een paar glazen gegeven, maar dat gaf telkens maar heel even respijt. Nu geen dorst, maar ik had de hele tijd het gevoel dat ik nodig moest plassen. Doe dat maar rustig, zei men mij, je hebt een katheter in je blaas en de urine loopt vanzelf wel weg naar een vat op de grond. Geregeld werd ik aan alle kanten gemeten. De volgende dag kon ik niets, nauwelijks me bewegen, maar zorgzaam werd mij steeds gevraagd: hebt u ook pijn, en hoeveel pijn dan wel? Slikken ging niet, achteroverliggend in bed, drinken dus ook niet en eten al helemaal niet, al werd me wel voorgehouden dat ik dat moest.
’s Avonds, zo’n 24 uur na de operatie werd ik mijn bed uitgejaagd om op een postoel plaats te nemen, daarbij geholpen door twee verpleegsters. “U moet wel rechtop staan”, kreeg ik toegeworpen van de oudste. “Die gebogen houding is niet goed voor uw rug.” Gelukkig, je moet positief blijven denken tenslotte, gelukkig ben ik hoogbejaard en word ik in deze instellingen nog met de beleefdheidsvorm aangesproken, zolang als het duurt. Ik was erg blij dat ik binnen vijf minuten weer op mijn bed kon kruipen. Dames, laat me in ’s hemelsnaam rustig liggen, dacht ik.
De volgende dag, met Pasen dus, moest ik echt opstaan. Eerst werden de verbindingen met het infuus verbroken en alle pleisters met en zonder naalden van mijn arm afgerukt. Mag het nog een dag blijven zitten, alstublieft, smeekte ik, erbij denkend, ik ben al zo oud en moe. Ik drink zo moeilijk. Nee, zei de jeugdige verpleegster, u moet nu zelfstandig worden. En wangs, daar ging de ene pleister, met haren en al, zoals dat gaat. Wangs, daar ging de volgende en wangs, daar was de derde al van mijn lijf gescheurd.
Mag de katheter dan tenminste nog een dagje blijven, vroeg ik wat hulpeloos, want zonder die moet ik overeind komen en ik kan nog niets. Die katheter zat met iets groters in mijn blaas geklemd, zodat hij er niet uit kon schieten. Dat verwijderen leek me een moeilijke operatie, waar ik misschien wel liever niet bij zou zijn. Ik ben nogal op mijn piemeltje gesteld, penis is wortel in het Latijn en klinkt zo deftig voor zo’n aanhangsel. Ik wil liever niet dat onbevoegden daar pijnlijke dingen mee doen, tatoeages erop plaatsen of stukken van de huid afknippen om al dan niet gelovige ideeën. Nee, in godsnaam, blijf eraf en wees er voorzichtig mee, steek er niets in dat er niet in thuishoort, als het even kan. Nu ja, de lezer heeft het allang begrepen. “Laat alles nog maar even rustig zitten tot morgen”, dacht ik, “dan ben ik wat beter in staat om al deze ellende te verdragen.” Nee hoor, zei de verpleegster. Dat geeft maar ontstekingen, Voordat ik mijn hand ervoor kon steken, wangs, daar was de katheter al uit mijn piemeltje gerukt, met verdikking en al. Een straaltje bloed liep over mijn hand die ik nog net ter bescherming in de buurt had willen brengen.
Na een uurtje uitrusten werd ik door twee verpleegsters en later nog eens door een fysiotherapeute uit mijn bed en de gang op gejaagd. “Vooruit, u moet lopen. De vaart erin houden.” Die vaart was helemaal niets voor mij op dat moment, maar ik begreep dat alles voor mijn bestwil was. De fysio leerde mij ook dat ik anders uit mijn bed moest komen dan ik deed, terwijl ik mijn uiterste best deed om niet teveel pijn te krijgen van een diepe wond achter op mijn rug. Gelukkig ben ik daaraan gewend, aan die fysiotherapeuten. Mijn bewegingen zijn nooit goed zoals ik ze zelf uitvoer, ook al beweeg ik me al meer dan tachtig jaar zoals ik doe, op mijn eigen onbeholpen wijze. Weer moest ik een aantal malen uitleggen wat er met mij aan de hand was en wat de operatie had ingehouden, steeds aan mensen die allang mijn dossier hadden gelezen. Het zal wel nodig zijn geweest om te zien of ik zelf wel wist wat Pasen voor mij inhield en of mijn verstand niet teveel had geleden onder alle beproevingen. De trap hoefde ik nog niet op en af, toen ik smeekte om daar nog een dagje mee te wachten. De volgende dag was er een andere fysiotherapeute, even aardig, en even onverbiddelijk. De trap op en nu weer naar beneden. “Ja, het gaat. Vandaag nog naar huis.”
Nu, de operatie is geslaagd en de patiënt nog in leven. Af en toe bestudeer ik de sterftetafels om te zien wat mijn kansen zijn voor een verder leven na deze ingreep. Voorlopig heb ik alleen nog maar een grote diepe wond, goed gehecht met zoiets als raffia, waarvan de uiteinden naar buiten steken, als een staart die ik altijd al heb willen hebben. Mijn vrouw heeft er een strik in gezet ter verhoging van de feestvreugde. Pasen is weer voorbij, maar het was me het feestje wel.
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 12 april 2012 |
|
|
 |
 Schuld, boete en schade
Maatschappij | Diversen
|
09 Februari 2012 | 20:19:05
 |
Schuld, boete en schade
Nieuwsuur is een aardig programma met goede presentatoren. Laatst (28 januari) stelde de presentator een schuldvraag. Bij een door de politie opgezette filefuik in oktober had een opgejaagde benzinedief een andere automobilist doodgereden. “Wie had nu de schuld”, vroeg de presentator, “de benzinedief of de politie?” De vraag suggereerde dat een eventuele schuld van de politie die van de benzinedief zou wegvagen.
Is er altijd een schuldige aan te wijzen voor een ongeluk? In dit geval was de benzinedief naar het schijnt in elk geval schuldig. Is er dan ook nog een ander schuldig? In veel situaties zijn er meerdere oorzaken voor een bepaald resultaat. Medeveroorzaking hoeft niet altijd schuld op te leveren. Schuld is een strafrechtelijk begrip dat niet precies gelijkaardig is aan veroorzaking. De vraag naar schuld van de politie lijkt een minder gelukkige vraag.
Betere vragen zijn de volgende. Willen wij dat (benzine)dieven gepakt worden? Is het daarbij van belang om welk bedrag het bij de diefstal gaat? En moet de politie bij constatering van een diefstal de daders achtervolgen? Mag bij die achtervolging enig risico voor schade voor derden geaccepteerd worden en, zo ja, hoe groot mag dat risico zijn?
Het lijkt me toe dat ijver van de politie om dieven aan te houden toegejuicht moet worden. Daarbij is een risico van schade voor derden echter niet helemaal te vermijden. Een redelijke vraag is wel, wie voor de eventuele schade bij een achtervolging op moet draaien. Zo iemand, dan is de eerst in aanmerking komende hij die op een onverantwoorde wijze en zonder acceptabele reden over de weg snelt en een andere auto aanrijdt.
Als deze persoon geen middelen heeft om te betalen dan kan de samenleving wel concluderen dat ons verkeerssysteem bepaalde handelingen mogelijk maakt die slachtoffers opleverden en dat er geen reden is om die slachtoffers zelf alle ellende te laten dragen. Dan is het mogelijk te constateren dat het beter is om de gemeenschap, lees de staat of een waarborgfonds, de schade te laten dragen dan het slachtoffer en familie. Van schuld van de gemeenschap hoeft geen sprake te zijn om toch de schade daardoor te laten dragen.
Een vergelijking met een oorlogssituatie is relevant. Nederland verzette zich in 1940 tegen bezetting door Duitsland. De Duitse luchtmacht bombardeerde Rotterdam om Nederland te dwingen dit verzet snel op te geven. Was Nederland nu schuldig aan dit bombardement? Het antwoord lijkt duidelijk voor ons. Nee, natuurlijk niet. Toch had veel schade en hadden veel doden voorkomen kunnen worden door ons niet te verdedigen. Bij een pacifistische houding van de hele wereld zou het nazi-regime Europa nog steeds hebben beheerst.
De moraal van het verhaal is dat een samenleving zich moet verzetten tegen misdrijven, zelfs als dat verzet slachtoffers kan opleveren. Hoezeer we die slachtoffers ook betreuren. De schade, voor zover die zich voor vergoeding leent, kan door de gemeenschap gedragen worden, zonder dat die schuldig hoeft te zijn.
Paul G. Dekker
Oosterbeek, februari 2012 |
|
|
 |
 Prikkels over huid
Gezondheid | Ziektegeschiedenissen
|
13 Januari 2012 | 19:20:02
 |
Prikkels over hele huid
Er is weer een ultrasone muggen- en muizenverdrijver in de handel. Voor de mensen die daar last van hebben even een waarschuwing. Wat niet gezond is voor muizen is ook niet goed voor mensen. Een paar jaar geleden heb ik zowel de gezondheidsinspectie als de Consumentenbond gewaarschuwd, maar ik kreeg daar geen reactie op.
Mocht u dezelfde klachten hebben als ik eerder had dan zou ik het op prijs stellen als u mij daarvan op de hoogte zou stellen. Hieronder volgt de beschrijving van mijn klachten van 1997.
P.G. Dekker
Utrechtseweg 113
6862 AE Oosterbeek (januari 2012)
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Betreft: Nevenwerking van elektrische ultrasone muggenverdrijver
Enige tijd geleden kreeg ik als cadeau een elektrische, ultra- of infrasone muggenverdrijver (kosten ca. NLG 15,- bij een bekende Nederlandse winkelketen). Bij het eerstvolgende verblijf in de tropen (Suriname) plaatste ik dit apparaat in een stopcontact. Dit is nu ruim een jaar geleden.
De muggen waardoor ik tot dan geregeld was gestoken bleven inderdaad uit de kamer, naar ik aanneem ten gevolge van de voor de menselijke gebruikers van de kamer vrijwel onhoorbare zoem. Tot mijn verbazing smaakte een biertje me twee dagen later niet, door een metalige bijsmaak. Ook kreeg ik de sensatie van voortdurende prikkels over mijn hele huid, 's ochtends minder sterk dan des avonds.
Na enige dagen was mijn vermogen om iets te proeven volledig verdwenen. Ik voelde me wat ziek, begreep niet wat er aan de hand was en overwoog sterk om naar een arts te gaan, doch stelde dit nog even uit vanwege de vele werkzaamheden.
Na ongeveer een week wou ik iets aan het licht doen en kwam met mijn hand in de buurt van een stopcontact. Plotseling werden de steken in mijn huid zeer versterkt. Ik zag dat de door mij geheel vergeten muggenverdrijver in een stopcontact zat waar ik mijn hand vlakbij had gehouden.
Onmiddellijk heb ik de muggenverdrijver uit het stopcontact gehaald. Enige dagen later waren alle onaangename prikkels uit mijn huid verdwenen en was mijn smaakvermogen weer normaal. Gelukkig was ik niet naar een arts gegaan, aangezien deze vrijwel zeker geen goede diagnose zou hebben gesteld.
Gememoreerd moet nog worden dat mijn collega, die overdag in dezelfde ruimte met muggenverdrijver verkeerde, geen klachten had. Het apparaat was wel effectief, maar de bijwerking voor een persoon zeer onaangenaam. Ik heb tevergeefs enige mensen aangeboden om een proef op zichzelf te nemen met het apparaat.
|
|
|
 |
 Dokter
Maatschappij | Studentenverhalen
|
12 Januari 2012 | 13:50:19
 |
Voor MDB,
ter nagedachtenis
Een meisje dat dokter werd in het begin van de 20e eeuw
Een jaar voor de eerste wereldoorlog ging Mea medicijnen studeren. Ze was net 17 geworden en kwam vers van de HBS. Eén en al idealen was ze. Ze zou een belangrijke rol gaan spelen voor de achtergebleven arbeidersklasse. Ze zou de hygiëne verbeteren voor de kinderen uit de arme gezinnen, waar men nog nauwelijks van bacteriën had gehoord. De wetenschap was zo vooruit gegaan de laatste decennia. Daar moest iedereen toch van meeprofiteren.
Zelf kwam ze uit een welvarende familie, met een rijke moeder en een vader in agenturen. Haar ouders leefden gescheiden, maar haar moeders vermogen was veilig belegd in een vordering in D-marken op de Duitse familiezaak. Zo zou die nooit iets te kort komen had de familie gedacht.
Als aankomende eerstejaars studente werd Mea lid van de AVSV en zong met genoegen de studentenliederen mee. Ze waren met twintig meisjes die medicijnen gingen studeren. Dat was heel wat meer dan de jaren ervoor. Misschien was het leuker geweest om een taal te studeren, maar met medicijnen kon je zoveel meer doen voor de samenleving.
Helaas zagen de mannelijke medestudenten die meisjes niet zo zitten en de professoren eigenlijk ook niet. Hoe zou een vrouw ooit een werkelijk goede arts kunnen worden. Dat was een zwaar beroep, waarbij je dag en nacht voor je patiënten klaar moest staan. Bovendien: helemaal serieus kon je vrouwen toch ook niet nemen, intellectueel. Die kakelden toch maar wat. Geschikt om feestjes te organiseren, maar niet om een motorfiets of auto te besturen of om patiënten te behandelen.
Mea genoot van de studie. Zoveel nieuwe kennis. Als een spons zoog ze alles in zich op. Voor een arts is niets vies, hield ze zich voor, toen ze voor anatomie snijzaal moest doen. Voor een arts kan iets gevaarlijk zijn, of besmettelijk, eventueel minder aangenaam ruikend, maar vies is iets voor leken, niet voor artsen. Alleen het onthoofden van levende kikkers stuitte haar tegen de borst. Maar als arts hoorde dat erbij. Je moest wat afstand kunnen nemen van leven en dood. Daar moest je boven leren staan.
In haar tweede jaar leerde ze een jongen kennen die natuurkunde studeerde. Hij was net zo van idealen vervuld als zij. Mogelijk nog sterker. Hij had ook HBS, maar moest eerst nog een aanvullend staatsexamen gymnasium doen, voordat hij bevoegd was om natuurkunde te studeren. Gelukkig was hij een knappe kop en had hij daar niet zoveel moeite mee. Samen spraken ze over de nieuwe tijd die ze zouden helpen maken. Helaas werd hij in dat jaar gemobiliseerd in verband met de oorlogsdreiging. Het was 1914 en in dat jaar begon de eerste wereldoorlog. Gelukkig bleef Nederland neutraal. Maar de ellende van de oorlog bereikte ook ons land in de vorm van eindeloze aantallen vluchtelingen uit België.
De studie ging door, maar de familie in Duitsland kon nauwelijks meer geld overmaken naar Nederland. Mea moest daarom haar leven drastisch vereenvoudigen. Het studentenleven ging haar grotendeels voorbij nu. Toen ze na drie jaar haar kandidaatsexamen deed waren er nog maar vijf van de twintig aankomende studentes medicijnen over. De rest was afgevallen, moe van de voortdurend negatieve toontjes van hun mannelijke medestudenten en van de docenten. “Begrijpt u het wel, juffrouw, ja u ook juffrouw? U hebt de HBS misschien wel afgemaakt, maar u zit hier nu wel op de universiteit, weet u. Hier moet u net iets meer doen dan alleen maar uw lesje leren…” De schampere toontjes waren onaangenaam, maar Mea was begonnen met medicijnen en ze zou het afmaken ook.
Haar vader deed het niet zo goed in zaken nu, want daarvoor waren de tijden niet goed. Haar moeder kreeg vrijwel niets meer van haar erfenis, maar dat zou na de oorlog wel komen. Voorlopig wist ze het gezin net drijvend te houden door af en toe wat juwelen te verkopen of tafelzilver, waar ze meer dan genoeg van had meegekregen als bruidsschat. Het leven was echter duur tijdens de oorlog en vers fruit en groenten kwamen niet elke dag op tafel. Na de oorlog bleek de hele erfenis verdwenen te zijn. Die bestond uit ruim een half miljoen vordering op de familiezaak. Door de Duitse hyperinflatie was dat nog net genoeg voor een postzegel.
In haar zesde jaar, na haar doctoraal examen kreeg Mea door de voortdurende lichte ondervoeding zelfs scheurbuik. Dat kon haar vriend niet aanzien. Die had een veel grotere toelage van zijn vader, die industrieel was. Geregeld had hij haar wat toegeschoven, maar nu moesten ze maar trouwen, vond hij. Dan kon hij natuurlijk niet meer afhankelijk zijn van zijn vader. Daarom zocht hij al voor zijn doctoraal een baan als leraar om maar zelfstandig te zijn.
In betrekkelijke stilte trouwden ze in 1919, zonder een uitgebreid huwelijksfeest. Zonder ringen ook, want dat was hun te conventioneel. Mea deed een maand later haar semi-artsexamen. Eén van de vakken was (toen nog) chirurgie op het lijk. Dat was niet haar beste vak. Innerlijk voelde ze toch nog weerstand tegen het snijden in een dood lichaam. Haar verstand zei haar echter dat het niet anders was, en dat het nu eenmaal bij de studie hoorde. Het lijk voelde niets, dat was dode materie.
Op de snijtafel lag een man van middelbare leeftijd. De hoogleraar stak direct van wal. “Nou, juffrouw, daar staan we dan. Er is niet veel meer over van die twintig dames waarmee u begon medicijnen te studeren. U bent nu nog één van de drie die het tot het artsexamen hebben volgehouden. Ik hoop voor u dat u ons wat positiefs van uw kennis en kunde kunt laten zien. Begint u maar met de extirpatie van de penis.”
Mea zag zich al bezig de penis los te snijden en dan ten slotte met het mes in de ene hand en de penis in de andere. Nee, dit kon en mocht ze niet. Gedecideerd antwoordde ze: “Pardon, professor, dat doe ik niet.” “Zo, juffrouw, en waarom zou u dat dan niet doen? Bent u daar misschien te goed voor? Of vindt u dat niet bij chirurgie op het lijk passen?” De andere aanwezigen lachten wat en luisterden gespannen toe. “Nee, professor, dit zal me in de praktijk ook niet gevraagd worden.”
De hoogleraar voelde dat hij wat te ver was gegaan met zijn opdracht, ook al sloeg het antwoord eigenlijk nergens op. “Nu, prepareert u dan eerst maar eens een oor vrij.” Mea voerde de opdracht uit en sneed daarna nog een arm los. Het ging allemaal niet foutloos en ze kreeg drie maanden om het examen daarna over te doen. Ze had nu zes jaar gestudeerd en ze moest en zou ook haar artsexamen halen. Toen haar man het verhaal hoorde kreeg hij een nieuw respect voor zijn vrouw die zich niet in een hoekje had laten duwen.
Oosterbeek, januari 2012
Paul G. Dekker |
|
|
 |
 Wij tachtigers
Maatschappij | Heterodoxe opinies
|
28 December 2011 | 17:37:21
 |
Wij Wij tachtigers
Wij tachtigers zien het hele leven anders (dat is een vergelijking zonder vergelijkingsobject, zou meester Pennewip zeggen, maar taal is iets anders dan een vierkantsvergelijking).Het verleden is zo gemêleerd, zo verschillend in de uiteenlopende decennia.
Vroeger, als kind, vroeg ik altijd aan mijn vader hoe oud bomen waren. Hij zei dan, dat hij dat niet zo precies kon zeggen en dat je de jaarringen moest tellen om het goed te weten. De meeste bomen schatte hij op 10 tot dertig jaar. Soms was er een heel oude boom van wel zeventig of zelfs ouder. Dan dacht ik: wat zijn er toch vreselijk oude bomen. Die woudreuzen, wat zijn ze toch bijzonder. Nu relativeer ik dat. De meeste bomen zijn jonger dan wij zelf.
Zo gaat het ook met de dagelijkse of zelfs uitzonderlijke gebeurtenissen in het leven. Ze zijn niet meer zo bijzonder. Men klaagt over gebrek aan respect voor het gezag en de overheid. Nou, dat is gezond, denken we. Respect moet je verdienen en het gezag…?
In onze jeugd hoorden we al: God, vaderland en oranje…Moord, uitbuiting en wat franje. In de tweede wereldoorlog was er een burgemeester in Hazerswoude die een Joods echtpaar, dat ondergedoken was en toch zo maar op straat liep, herhaaldelijk aangaf bij de Gestapo. Vervolgens werden het echtpaar en zijn gastheer eindelijk opgepakt, het echtpaar vermoord in een concentratiekamp. Zo ging dat in die dagen.
Diezelfde burgemeester werd na de oorlog voorgedragen als burgemeester van Den Haag. Dat gaf protesten in de pers. Een aantal hoogleraren protesteerde tegen de perscampagne omdat het gezag van de overheid daarmee ondermijnd zou worden.
Fiat mundus, pereat justitia, laat de wereld haar gang gaan, ook al gaat het recht ten onder, zo parafraseerde een student een bekend juridisch adagium. Dat gaf weer nieuwe woede bij het establishment. Het gezag, ja, ach, probeer de overheid haar werk te laten doen, maar handhaaf een gezond wantrouwen.
We spreken maar niet over meneer Staf, later minister van Oorlog, die tijdens de tweede wereldoorlog onze boeren bemoedigend toesprak, toen ze naar de door de Duitsers bezette Oekraïne gingen, om daar gestolen grond te gaan bewerken. Fantastisch, een minister met zo’n verleden.
We spreken maar niet over de rol van de overheid bij de moordgronden in Cambodja, of over ons eigen verleden in ons Indië: Rawagede waar circa 500 mannen werden vermoord door Nederlandse troepen. We denken even aan Oradour-sur-Glane, met zo’n 640 slachtoffers en aan Putten. Wat zou het mooi zijn om iets van een fatsoenlijke vergoeding te geven aan de nabestaanden, ook na zestig jaar, beter laat dan nooit, zou je denken. Maar nee hoor, we doen liever aan filantropie met ontwikkelingshulp (ook een beetje aan dit dorpje). Alleen een rechter kan de Nederlandse overheid nog dwingen tot een schadevergoeding aan de nabestaanden zelf.
Gek, die zogenaamde politionele acties, georganiseerd door ons Ministerie van Oorlog, terwijl de socialist Drees minister-president was. Nu ja, Drees was mogelijk een fatsoenlijke en zeker zuinige man, maar had hij ooit buiten de grenzen gekeken, had hij enig benul van de tropen en de mensen die daar wonen? In wezen was hij een provinciaaltje, zoals de meeste van onze politici. Dat de wereld anders zou reageren op het vrijheidsstreven dan deze Nederlanders, daar had hij nooit aan gedacht.
Waarschijnlijk heeft die koloniale oorlog van ons heel wat meer gekost dan we ooit hebben binnen gekregen aan Marshallhulp van de VS.
Na de tweede wereldoorlog, onze oorlog, zijn er heel wat andere moordpartijen geweest, georganiseerd door overheden, net als ervoor. Wij kijken daar niet van op. Mensen zijn tot alle schurkenstreken in staat (net als andere dieren, zou Midas Dekkers zeggen). Het effect is groter naarmate de techniek voortschrijdt, zou je denken. Maar dat is ook niet zonder meer waar. De details van de moordpartijen zullen we maar niet bespreken.
Nee, verbijsterd zijn we niet meer, ook niet door Russische, Servische of Kroatische wandaden. En als een politicus beweert dat hij verbijsterd is door een of andere wandaad, dan denken we: die is een uilskuiken of hij beweert maar wat om zijn beeld te verbeteren.
Nu worden we overspoeld door nieuws over megalomane schooldirecteuren en andere bestuurders. Alles moet groter, tot en met Europa. De Grieken hebben wat meer uitgegeven dan ze konden betalen, met geleend geld van banken. Wij handhaven onze Europese solidariteit en onze Euromanie, ondanks deze Griekse catastrofe (ook al zo’n mooi Grieks woord).
Dat gebeurt nu, en de volgende gelijksoortige ramp komt zeker binnen twintig jaar. Net als Amerikaanse banken in het verleden bijna failliet gingen toen ze te veel geld hadden uitgeleend aan Zuid-Amerikaanse dictatoren. Alleen de Zwitsers zijn daar beter van geworden.
Wij tachtigers zijn anders geworden. Wij relativeren. Soms teveel. De toekomst is voor de jeugd. Lang leve de toekomst. Er is altijd wel wat te beleven. Rust en geluk vind je alleen bij het werk in je tuintje, constateren we, met de Groninger zanger Ede Staal en de Franse filosoof Voltaire.
Oosterbeek, 20 juni 2011
Paul G. Dekker
Wij
|
|
|
 |
 Klein Regeringsprogramma
Politiek | Economische en politieke stukken
|
07 December 2010 | 13:06:38
 |
Klein Regeringsprogramma
een paar ideetjes
Ons land is geen NV of BV
Allereerst dient een regering in te zien dat Nederland geen naamloze of besloten vennootschap is, maar een democratie. Dat neemt niet weg dat er ook zakelijke belangen zijn voor ons land. Functioneren van een democratie stelt specifieke eisen aan de organisatie van een land, zoals stabiliteit, continuïteit en een menselijke kleinschaligheid, alles waar maar enigszins mogelijk, om de invloed van de burgers op en de betrokkenheid bij het bestuur te optimaliseren. Daarnaast moeten oude, bestaande doelcorporaties zoals de waterschappen gehandhaafd worden als en zolang ze hun doeltreffendheid kunnen bewijzen.
Dit alles heeft gevolgen voor de bestuurlijke organisatie. De regionale bestuurslaag dient in handen te blijven, c.q. weer te komen, van de provincies in plaats van in die van districten die aangestuurd worden vanuit Haagse departementen. De invloed van de provincies is de laatste decennia voortdurend ondergraven (zoals aangetoond door het rapport van de Cie. Geelhoed). Deze continue ondermijning van de regionale autonomie gaat gepaard met centralisatie en verkleining van de invloed van de burgers evenals van hun belangstelling voor de politiek. Hetzelfde geldt uiteraard voor de voortdurende, veelal gedwongen samenvoeging van gemeenten. Een van de eerste kansen voor een redressering van deze trend bestaat momenteel in de komende reorganisatie van de politie. De politieke verantwoordelijkheid voor de ordehandhaving op regionaal niveau zal bij de Commissaris van de Koningin moeten worden gelegd. (Uiteraard hoort een CdK die zich misdraagt niet een jaar later onderscheiden te worden).
Daarnaast zijn er van die vanzelfsprekende oplossingen voor problemen, die niet of nauwelijks geld kosten. Waarom die niet gebruiken?
Een hoger doel
Eerst en vooral moet ons land een hoger doel kiezen: iets bijzonders, een monument voor ons nageslacht en voor alle tijden. Iets waar we tenminste een generatie aan moeten werken en wat past bij ons land. Het ligt voor de hand om te denken aan een verdubbeling van ons wat kleine oppervlak met behulp van waterkundige werken. De heer Waterman heeft (net als anderen) al eerder de mogelijkheid van een serie eilanden voor de kust geopperd. De vergroting van het oppervlak hoeft niet alleen in de breedte gevonden te worden, maar kan ook in de diepte worden gerealiseerd. (tunnels voor vrachtverplaatsing).
Elk land heeft een hoger doel nodig, waarachter de bevolking zich met enthousiasme kan scharen. Egypte had piramides, Dubai zijn opgespoten stad. Frankrijk zijn Eiffeltoren. Wij zouden een monument ter herinnering aan onze eeuwige strijd met het water goed kunnen gebruiken.
Onderwijs:
eisen stellen aan resultaten bij eindexamens, controles steekproefsgewijs, per school.
Toelichting: Resultaten zijn slecht door systematische verhoging ("opleuken") van schoolcijfers. Zonder controle is deze praktijk niet uit te roeien. Bij waarneming van onvoldoende scherpe beoordeling de school straffen en salaris van de directie met 10% verlagen. Kosten € 10 miljoen. Opbrengsten: verhoging van kwaliteit opleidingen, invoering van het besef dat leerinspanning beloond wordt.
Onderwijs 2:
Verkleining van scholen tot maximaal 500 leerlingen.
Toelichting: De ongeremde vergroting van scholen heeft geleid tot steeds meer managementlagen en scheiding van leidinggevende en onderwijsgevende functie. Dit heeft de kosten van het onderwijs verhoogd en de kwaliteit verlaagd. Invoering geleidelijk.
Ordehandhaving:
Fietsendiefstal tot 10% van het huidige niveau terugbrengen door inschakeling extern bureau.
Toelichting: hoog niveau van fietsendiefstal maakt van volk een bende gauwdieven. Deze gewoonte moet uitgeroeid worden. De politie is daar kennelijk niet zonder hulp toe in staat. Belangrijkste stap zal waarschijnlijk blijken te zijn de opsporing van grote helers. Als de vraag naar gestolen fietsen vrijwel verdwijnt valt ook het motief voor diefstal weg. Extern bureau moet plan van aanpak maken en toezien op uitvoering, eventueel met laten aanpassen van wetgeving. Politie moet processen verbaal opmaken, OM vervolgen, rechter veroordelen. Geschatte kosten € 2 miljoen.
Ordehandhaving 2:
Invoering van verdovingspijltjes en netten voor vangen, arrestatie en bedwingen van rellen. Invoering van om een hoek schietende en waarnemende geweren bij politie en leger.
Toelichting: Verdovingspijltjes zijn niet altijd toe te passen, maar zijn minder gevaarlijk dan kogels en kunnen goed naast kogels door de ME gebruikt worden. Bij de arrestatie van een RAF-lid zou daarmee de gegijzelde kolonel mogelijk wel in slaap zijn geschoten door de politie, maar niet zijn doodgeschoten, zoals gebeurde. Bij de rellen bij Hoek van Holland in 2009 hadden pijltjes waarschijnlijk een beter effect gehad dan de kogels. Het gebruik van netten bij gevechten gebeurde al in de oudheid, o.a. bij gladiatoren door de zogeheten retiarius, en is nu weer modern, wordt ondanks tegenwerking wel eens toegepast in de VS. Ook bij beveiliging zouden netten meer gebruikt kunnen worden, evenals bij bedwinging van rellen. Proeven voor maximaal € 10.000
Om een hoek schietende geweren zijn vooral belangrijk bij straatgevechten en bij het bezetten van panden. In wezen een vrij eenvoudige oplossing voor verkenning van andere ruimten en voor het beschieten van daar aanwezige tegenstanders. De eerste geweren van dit type zijn al ontwikkeld door Israel. Verdere ontwikkeling goed mogelijk in samenwerking met FN in België. Proeven makkelijk te verwezenlijken, kosten ca. € 10.000.
Ordehandhaving 3.
Het is merkwaardig, ja onlogisch, dat in ons land psychiatrische patiënten die een misdrijf hebben begaan eerst een gevangenisstraf moeten uitzitten en pas daarna behandeld worden. Als patiënt behoren ze direct behandeld te worden. De rechter kan dan voorkomen dat ze minder dan een normale straftijd buiten de maatschappij worden gehouden door behandeling met een minimumduur op te leggen.
Economische zaken:
Afschaffing van subsidies voor innovatieplannen, vervanging door prijzen voor belangrijke vernieuwingen en kostenverlagende praktijken. Wel interessant is ondersteuning van proefprojecten op nieuwe terreinen, zoals het gebruik van biomassa voor energieopwekking.
Toelichting: Subsidies gaan gepaard met veel paperasserie en bureaucratie, en werken niet of nauwelijks. Serieuze prijzen hebben vooral een goede publiciteitsinvloed. Een hoge prijs voor de ontwikkeling van een techniek van ontzilting van zeewater voor een vast te stellen lage prijs per kubieke meter zou een bijdrage kunnen leveren aan goedkoper drinkwater voor droge gebieden en zou ook internationale waterconflicten kunnen voorkomen. Nettokosten nihil, waarschijnlijk zelfs besparingen.
Volksgezondheid:
Stoppen met fusies en bouw van luxe ziekenhuizen als tempels van Hippocrates. Meerploegensystemen invoeren bij gebruik van kostbare apparatuur (in plaats van duplicering van apparatuur). Bedrijfstijden van ziekenhuizen verlengen, door ook tijdens weekeinden en feestdagen ziekenhuizen normaal te laten functioneren. Ook ’s nachts dienen artsen-specialisten in een ziekenhuis aanwezig te zijn om noodgevallen op te vangen. Verder moet weer ingesteld worden het instituut van hoofdverpleger(ster), Zorg voor enige concurrentie tussen particulier geëxploiteerde en overheidsziekenhuizen. (verg. de IJsselmeerziekenhuizen)
Toelichting: De verlenging van de bedrijfstijd van onze kostbare ziekenhuizen met hun dure apparaten is noodzakelijk om de kosten te verlagen. Daarnaast is verbetering van de beschikbaarheid van medische dienstverlening nodig. Momenteel moeten specialisten met wachtdienst veelal opgeroepen te worden van huis. Om snel in te kunnen grijpen moet een specialist in het ziekenhuis aanwezig te zijn. Bij de verpleging gaat veel mis door het afschaffen van de hoofdverpleger(ster). Deze is nodig om de gegevens van patiënten en hun behandeling door te geven en juiste verzorging te bewaken. Het huidige gebrek aan hiërarchie miskent dat gedeelde verantwoordelijkheid geen verantwoordelijkheid met zich brengt.
Prijs instellen voor verdere vervanging van proefdieren.
Toelichting: Menselijke weefsels kunnen tegenwoordig op vrij grote schaal gemaakt worden. De effecten van nieuwe geneesmiddelen op de mens hoeven daarmee niet meer op andere proefdieren te worden nagegaan. Systematisch onderzoek van de nieuwe mogelijkheden moet bevorderd worden door de overheid, wil men het grootschalige misbruik van proefdieren tegengaan. Nieuwe methoden zullen ook in het buitenland overgenomen worden. Kosten € 1 miljoen.
Ontwikkelingshulp
Natuurlijk moeten we bereid zijn een paar procent van ons inkomen te besteden aan verbetering van de inkomenspositie van extreem arme mensen, in Afrika, Haïti, of waar dan ook. Daarbij moeten we wel zo realistisch zijn om in te zien dat vele, zo niet de meeste vormen van ontwikkelingshulp geen arme mensen vooruit helpen of zelfs averechts werken. Alleen maar geld uitgeven met het etiket Ontwikkelingshulp helpt niet om het doel te bereiken. Bij de beoordeling van vele projecten bleek het oordeel al vele decennia negatief uit te vallen. Daar normale, logische conclusies uit te trekken blijkt vrijwel onmogelijk in ons land. Mogelijk wordt op politiek niveau eigenlijk gemikt op invloed van ons land, of beter gezegd op aantrekkelijke internationale posten (baantjes) voor nationale politici. Loont het om daarvoor miljarden te besteden? En zo ja, voor wie? Voor de belastingbetaler ook?
Financiën
Wij Nederlanders vinden inflatie niet zo prettig. In andere landen wordt daar milder over geoordeeld, behalve in Duitsland dat zich zijn hyperinflatie van na de eerste wereldoorlog nog herinnert. Met de huidige Euro als gemeenschappelijke munt kunnen we ons niet zelfstandig opstellen. Hoe lang de Euro nog stand zal houden weten we niet. Voorlopig proberen we ons eigen huishoudboekje wat in evenwicht te houden. Of het lukt om blijvend de geldhoeveelheid in Europa in de hand te houden is nog de vraag. Voorlopig moeten de problemen niet verergerd worden door nieuwe leden toe te laten tot de EU. Associatieverdragen zijn eerder op hun plaats.
Cultuur
Ook de overheden mogen wel wat geld uitgeven aan cultuuruitingen. Daarbij hoeft de onnozele burger zich niet alles diets te laten maken. Grote bedragen uitgeven aan een nieuwe hype, zoals het in papier wikkelen van de Pont Neuf of het Rijksdaggebouw, geeft wel stof tot praten, maar weinig blijvends. Cultuuruitingen die in de markt onvoldoende geld kunnen genereren voor hun beoefenaars zijn uiteraard de enige cultuurvormen die subsidies nodig hebben. We kunnen beter niet te veel nadruk leggen op museale aspecten van het leven en moeten accepteren dat sommige kunstvormen verouderd zijn in de ogen van het publiek.
Steden die miljarden bestemmen voor het wat veranderen van hun binnenstad (zoals Groningen) hebben kennelijk te veel vrije fondsen. Hierop kan een korting van bijvoorbeeld 10% op de uitkering uit het gemeentefonds worden toegepast.
Defensie
Het ministerie dient eerst voldoende munitie en wapentuig te hebben, ook voor oefening voor uitzending, voordat nieuwe missies worden ondernomen. Uitzending zonder adequate ondersteuning dient te worden uitgesloten. De marine en luchtmacht moeten zorgen voor voldoende bescherming tegen piraten van koopvaardijschepen die onder Nederlandse vlag varen. Potentiële nieuwe bedreigingen van Nederlandse belangen worden onvoldoende onderkend. Een krijgsmacht blijft nodig.
Waterstaat
Voor ons land blijft het water zowel een vriend als een bedreiging. Verdediging tegen deze erfvijand heeft een natuurlijk prioriteit ten opzichte van vrijwel alle andere overheidstaken. Geen enkele bescherming dient zonder reserveondersteuning bij breuk te zijn (vgl. waker, slaper en dromer bij dijken). Uitbreiding van ons land met nieuwe eilanden is een aantrekkelijk doel.
De voortdurende verstopping van wegen, met name bij de grote steden is niet acceptabel. Ondergronds vrachtvervoer, naast dat over water, kan verlichting geven. Verder moeten we aanvaarden dat bij 16 tot 20 miljoen inwoners die zich allemaal per auto willen verplaatsen wat meer dan een procent van het oppervlak van ons land als weg wordt gebruikt.
Luchthavens bij grote steden leveren de zekerheid op dat in de buurt opnieuw ernstige ongelukken gaan gebeuren met ook slachtoffers in deze steden, met name in Amsterdam. Een uitwijkhaven voor gehavende vliegtuigen kan bijvoorbeeld bij Lelystad worden gevonden om de kans op nieuwe rampen zoals destijds in de Bijlmer te verkleinen.
Energie
Kern van de problemen rond klimaatverandering en uitputting van grondstoffen is de opwekking van energie. Ook al is er nog genoeg fossiele energie in de ondergrond voor vele decennia (steenkool, gas en olie). De winning daarvan wordt moeilijker en riskanter voor ons milieu. Bovendien gaat het gebruik ervan gepaard met uitstoot van kooldioxide met alle daaraan klevende problemen. Wijffels heeft daar kortgeleden terecht over opgemerkt dat ons nationale beleid consequent gericht dient te zijn op andere opwekkingsvormen dan het gebruik van fossiele energie. Prijzen voor geslaagde (rendabele) en veelbelovende nieuwe ontwikkelingsvormen en ondersteuning van proefprojecten liggen voor de hand. Nieuwe kerncentrales geven teveel risico’s bij de exploitatie en problemen bij de opslag van radioactief materiaal (extra kanker, lekkage bij veilig geachte zoutmijnen, enz.).
De Euro
Als internationale geldeenheid kan de Euro waarschijnlijk niet blijvend gehandhaafd worden. Voor de deelnemende landen heeft hij momenteel het voordeel van makkelijke verrekening, maar alle nadelen van de gouden standaard. Het blijkt moeilijk, zo niet onmogelijk om elk land zijn economische politiek geheel aan te laten passen aan de centrale doelstelling van begrotingsevenwicht. Tekorten op de nationale begrotingen zijn uiterst moeilijk weg te werken zonder opstandige bewegingen te veroorzaken. Overgang op een rekeneuro lijkt de meest logische oplossing. We hebben die hier al gehad vòòr de invoering van de Euro, namelijk bij het effectenverkeer. Liefhebbers kunnen de Euro dan in hun eigen land handhaven. Griekenland (bijvoorbeeld) kan zijn internationale transacties in Euro’s blijven afhandelen en intern de Drachme weer gebruiken. Ook voor eventuele, nieuwe associés van de Europese Unie kan dit een geschikte oplossing zijn voor een geleidelijke aanpassing.
Inflatie wordt in verschillende landen totaal verschillend beoordeeld. Duitsland is na de hyperinflatie van na de eerste wereldoorlog uiteraard allergisch voor sterke inflatie, maar lijkt, net als ons land goed met inflatoire ontwikkelingen van 2 tot 4% te kunnen leven In Frankrijk werd voor de Europese Unie een inflatiepercentage van zo’n 12% als bevorderlijk voor de economische groei gezien, zoals ik in een aflevering van Le Point kon lezen. De VS hadden ongeveer tot het bewind van president Reagan nauwelijks inflatie, daarna een aanzienlijke. Gezien de totaal verschillende inflatiepercentages in vele grote volkshuishoudingen kan een land blijkbaar heel wat inflatie overleven. Gewenning (bijvoorbeeld met inbouwen van automatische looncorrecties in Cao’s) leidt echter tot een behoefte aan voortdurend hogere geldontwaarding. Zolang dat een onteigening met zich brengt van economisch niet actieven ten voordele van economisch actieven (zoals in Italië tijdens en na de tweede wereldoorlog) kan dat een nieuwe ontwikkeling van de volkshuishouding betekenen die mogelijk gunstig is voor het land. Voor de benadeelden is het in elk geval een pijnlijk proces.
Vergrijzing
Aan de vergrijzing valt voorlopig niet te ontkomen. Ook de voortschrijdende hogere levensverwachting maakt die vergrijzing deels blijvend. Toch zal door de natuurlijke afsterving van de hogere leeftijdsechelons de huidige ongewoon verticale bevolkings”piramide” weer een meer normale driehoekige vorm krijgen. Er blijft echter het probleem van de financiering van een groter deel van het leven dat boven de 65 jaar wordt doorgemaakt. De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd komt op hetzelfde neer als een verlaging van de pensioenen. Het is zeer de vraag of dat een ideale oplossing is. De kosten van die pensioengenieters bestaan uit de goederen en diensten die zij gebruiken. Deels komen die tot stand door het door henzelf opgebouwde kapitaal, deels door de arbeid van de actieve beroepsbevolking. De aandelen van de verschillende productiefactoren zijn wezenlijk niet te scheiden (gezamenlijke producten). De financiering van de ouderenzorg dient door de economisch actieve groepen plaats te vinden. Die groep zal in elk geval een groot deel van de arbeid moeten leveren voor de productie van de nodige goederen en diensten. De blijvende vergrijzing is tevens een mooie economische groeifactor, natuurlijk vooral voor de ouderenzorgsector.
Cultuur
Cultuur is een wazig begrip zonder begrenzing. Alles kan onder cultuur gerekend worden, van sport tot schilderkunst, van seksbeleving en ballet tot mode. Gelukkig hoeven de meeste cultuurvormen financieel niet door de overheid gesteund te worden, sommige vormen wel, en met name die vormen, waar niet zoveel publieke belangstelling voor is. Voor voetbal is veel belangstelling, maar toch lijkt geregeld overheidssteun nodig, en wordt die zelfs geëist. Dat komt doordat er internationaal veel concurrerende vraag is naar zeer goede, dure voetballers. Die hebben dan ook veelal een jaarinkomen van meer dan een miljoen euro. Een zeer groot publiek met weergave van wedstrijden op de TV maakt dat ze een grote reclamewaarde hebben. Er is geen reden waarom we meer geld van de belastingbetalers in deze sport zouden moeten steken. De bedrijfstak zou zichzelf makkelijk moeten kunnen bedruipen.
Schilderijen van Rembrandt hebben minder reclamewaarde, die van onbekende meesters geen enkele. Balletten en operavoorstellingen brengen het ook niet altijd tot tv-uitzending. Hetzelfde geldt voor veel klassieke muziek en voor museale exposities. Wil je in een land veel orkesten houden en veel musea aanhouden, dan is (overheids?)subsidie nodig. Vooral die kunsten die niet meer veel publieke belangstelling hebben moeten worden gesubsidieerd wil je ze op de been houden.
Uitbreiding van het museale aanbod doet de vraag rijzen of we niet meer in heden en toekomst moeten leven dan in het verleden. Zet voorlopig het Historische Museum maar op een heel laag pitje, zou ik zeggen (net als de VVD-CDA-regering). Eerst dient de uitbreiding van het Rijksmuseum en het Stedelijk klaar te zijn. De financiële begeleiding van deze projecten doet sterk denken aan die van Stopera en Metro. Voordat nieuwe grote projecten worden aangepakt zal de financiële begeleiding op een betere leest moeten worden geschoeid. De meeste overheden zijn hier mogelijk niet zo goed in. Voorzichtig zijn met subsidies is duidelijk geboden. Plotseling stopzetten van subsidies kan erg veel waardevols kapot maken. Op lange termijn moeten we het aanbod van zogenaamd hogere cultuurvormen het beste overlaten aan de marktwerking: als het publiek er niet meer in geïnteresseerd is dan ook niet kunstmatig het aanbod in stand houden. Voor het bewaren van het ons nagelaten erfdeel zal de overheid blijvend geld moeten bijleggen, aangezien de publieke belangstelling voor museale uitingen onvoldoende geld opbrengt.
Zwarte bladzijden
Overigens ben ik van mening dat ons land alles moet doen om de zwarte bladzijden uit onze geschiedenis te onthouden en de gevolgen van onze slechte overheidshandelingen zoveel mogelijk te verzachten. Dat geldt zeker voor de vergoedingen aan de nabestaanden van de ca. 500 door Nederlandse soldaten vermoorde inwoners van Rawagedeh. Eventuele afspraken ter zake over overdracht van schulden aan de Republiek Indonesia mogen geen reden zijn om de schade af te wentelen op die nabestaanden. Ook geldt voor elke fatsoenlijke overheid dat deze klokkeluiders schadeloos behoort te stellen en zeker niet mag vervolgen (Bos, Spijker).
Er is meer te regelen
Natuurlijk moeten overheden meer regelen dan alleen de punten waarop hierboven is ingegaan. Regeren is niet alleen vooruitzien, maar vooral het voortdurend blussen van nieuwe brandjes. Bovendien, wat centraal geregeld wordt is nooit goed voor iedereen. Aan de communistische praktijk zijn vele aardige voorbeelden te ontlenen van miserabele regelingen. De voor- en nadelen van centralisme vormen een ander verhaal.
Paul G. Dekker
Oosterbeek, december 2010 |
|
|
 |
 Discrimineer beter
Taal | Heterodoxe opinies
|
30 Oktober 2010 | 11:54:09
 |
Discrimineer beter
Er moet meer gediscrimineerd worden, maar wel op de goede gronden. Discrimineren betekent onderscheid maken. De werkelijkheid in al zijn variëteit is kleurrijker dan we voor mogelijk houden. Die moeten we niet steeds over één kam willen scheren. Verkeerd discrimineren brengt veel leed toe aan andere wezens. Goed discrimineren kan vreugde toevoegen aan het leven.
Een goede vriend van me beschouwt zichzelf als een echte racist, met name wat betreft appels en aardappels. Laatst las ik een recept waarbij aardappels de hoofdrol vervulden. De schrijfster had kennelijk weinig verstand van aardappels, want elke rasaanduiding ontbrak. Dan ben je toch direct uitgekeken op zo’n recept. Er is momenteel zo’n breed spectrum aan aardappelrassen, dat je als koper niet meer weet wat je moet inslaan. Opperdoese Rondes voor de puree? Andijker Muisjes voor in de schil? Berbers als overgang naar Bildstar? (niet te verwarren met de inferieure Redstar). Frieslanders om rauw te bakken?
Welk ras moet je kiezen voor een bepaalde spijs? En welk ras van welke grondsoort? En in welk seizoen? Culinair zijn dat belangrijke vragen. Wie niet op ras en grondsoort let is geen aardappel waard. Aardappelkenners weten heel goed, dat tot voor kort Bintje (genoemd naar een leerlinge van Meester De Vries, een bekende en succesrijke aardappelkweker) een goede frietaardappel was. Er zijn proefdagen om verschillende rassen te proeven, verwerkt tot patates frites. Wie hier als fabrikant niet discrimineert is tot ondergang gedoemd.
Voor appels geldt iets soortgelijks. Onze appelaar gaf verrukkelijke Notarisappels, maar alleen zolang ze een beetje onrijp waren. Al gauw werden ze ietwat melig, maar leverden dan nog wel een heerlijk appelmoes op. Nu, in oktober is een goede Groninger Kroon ongeveer de beste appel die je kunt vinden, als je relaties hebt. Voor de appeltaart is de Goudreinette natuurlijk het koninginnetje. In de winkels is bijvoorbeeld Jazz prima, ook van beet, als hij vers is. Maar denk ook aan het land van herkomst: kies voor het Noordelijk halfrond in onze herfst en winter, voor het Zuidelijk halfrond in onze lente en zomer. Onderaan de smaaklijst staan Golden Delicious appels, groenig geel, vrij goedkoop, met een redelijk goede substantie, redelijk houdbaar, maar vrijwel altijd zonder aroma (in Groningen worden ze Golden Liesjes genoemd).
Over peren spreken we maar beter niet. De beste peren komen in ons land nauwelijks op de markt. In Frankrijk vormen ze de basis voor de heerlijkste dranken: Eau de vie Poire William’s en likeur op dezelfde basis. In onze Betuwe zie je alleen rasloze bordjes met appels en peren als aanwijzing voor boerderijverkoop. Zowat allemaal smaakloze Conférence peren.
Aardappels, appels en peren, zonder discriminatie krijg je alleen rotzooi in de mond.
Nee, accepteer dat niet. Er moet meer gediscrimineerd worden, maar wel op de goede gronden.
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 30 oktober 2010 |
|
|
 |
 CDA, Christus deed het anders
Taal | Heterodoxe opinies
|
29 Oktober 2010 | 13:06:29
 |
CDA, Christus deed het anders
Dit is een onverwacht grapje over de afgekorte naam van het Christen-Democratisch Appel. Waarom moet je er toch even om lachen? Mag je het gedrag van mensen vergelijken met dat van een halfgod? Ja natuurlijk. Er is geen ethische imperatief om vergelijken verwerpelijk te vinden. Als het menselijk gedrag goed is dan kan het de vergelijking redelijk doorstaan.
Het huidige spraakgebruik laat vergelijkingen nauwelijks meer toe, omdat elke vergelijking als een gelijkstelling wordt gezien. Vergelijken we Wilders met “Il Duce” (Mussolini), dan komt de heer Wilders er zeer goed vanaf. Vergelijken we appels met peren dan is de smaak van de vergelijkende persoon doorslaggevend. Zuurgraad en gewicht per vrucht verschillen, evenals stevigheid en bestendigheid tegen buikziekte.
Dit kleine stukje pretendeert een bespiegeling te zijn over vreemde taalontwikkelingen. Mag je de Koran of de Bijbel vergelijken met Mein Kampf? Ja, natuurlijk. Dan komt Mein Kampf er mogelijk wel erg slecht vanaf. Das Kapital is ook een dergelijk verheerlijkt boek, verward, oneindig dik en geen aangename bedlectuur, om het zacht te zeggen. We spreken bij geen van deze boeken maar over hun innerlijke strijdigheden.
Christen-Democraten, is dat geen innerlijke strijdigheid? Zijn gelovige mensen het niet aan zichzelf en hun geloof verplicht om voor een theocratie te zijn, zoals Israel? Is een gelovig mens nog wel geloofwaardig als hij het volk wil laten heersen? Misschien is het toch niet zo gek, die grappige interpretatie van CDA.
Nu ja, Vox populi, vox Dei: de stem van het Volk is de stem van God, zoals de Romeinen al in de gaten hadden…
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 29 oktober 2010 |
|
|
 |
 Trias Politica in Nederland
Politiek | Economische en politieke stukken
|
14 Oktober 2010 | 21:01:30
 |
Trias politica in Nederland
Het lijkt alsof er nu binnen afzienbare tijd een nieuwe regering gevormd kan worden, die mogelijk op de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer kan rekenen. Die afgesproken stabiliteit betekent dat de leden van de meerderheid van de Tweede Kamer geen vrijheid meer zullen hebben om tegen voorstellen van die regering te stemmen.
Hoe anders had de Montesquieu zich het ideaal voorgesteld in zijn boek van 1748: De l’esprit des lois. Dit boek werd overigens al in 1751 op de index geplaatst door het Vaticaan, verboden dus voor gewone burgers. De Montesquieu wenste immers een scheiding van machten, met name tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Hij had (terecht) een diep wantrouwen tegenover de mens, en vooral de mens met macht. Vandaar de noodzaak tot interne controles binnen de overheid. De term Trias Politica is aan dit systeem van scheiding der machten gegeven, terwijl in onze tijd er nog een vierde macht geïdentificeerd is, namelijk die van de ambtenarij. Voor de controle van de uitvoerende en de rechterlijke macht is mogelijk de vrije journalistiek een van de belangrijkste mechanismen gebleken.
Het nut van de scheiding der machten blijkt onder meer bij het falen van de uitvoerende macht (zie bijv. het Watergate schandaal) en de rechterlijke macht (denk bijv. aan de Puttense moordzaak). Op gemeentelijk niveau hebben we in navolging van de Commissie Elzinga het dualisme proberen te versterken door wethouders niet meer lid te laten zijn van de gemeenteraad. Op landsniveau denken we kennelijk nog steeds erg monistisch, alsof een stevige controle van de regering en haar besluiten en voorstellen overbodig zouden zijn.
Een aparte verkiezing door de burgers van de eerste minister, die dan zijn regering moet vormen en beleid moet verwerkelijken en verdedigen zou natuurlijk ideaal zijn en is al bepleit in NRC-Hbl. Dit zou de beschamende vertoning van onmacht van de politiek tijdens maanden onderhandelen onnodig maken. Daarvoor is echter nogal wat wetswijziging nodig. Voorlopig is dat ook niet nodig. Niets weerhoudt het parlement immers van een keuze van een regeringsleider met de aanbeveling aan de Koningin om hem een regering te laten vormen.
Daarmee zou aan die regeringsleider het eigen gezag worden gegeven om de nodige maatregelen te nemen die tegenover het parlement verdedigd zouden moeten worden. Een dergelijke verkiezing lijkt op de benoeming van de burgemeester door de gemeenteraad in bijvoorbeeld Duitsland (in Nederland voorgestaan door de PvdA).
Een betere procedure voor het vormen van een regering is dus op korte termijn mogelijk en zou de democratie goed doen.
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 27 september 2010 |
|
|
|
|
|