nerozwart.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste reacties
Menu Nero Zwart
Klik op de rubriek om
naar de verhalen te gaan:
______________________________
 
______________________________
 
______________________________
 
______________________________
 
______________________________
 
______________________________
 
______________________________
 
Jacht

 

Jacht 

Zo halverwege de groentijd was er de Dauwtrapper. Een excursie naar Zuidlaren per Jan Plezier. Dat was zo’n vijftien kilometer. We vertrokken om acht uur ’s ochtends van de Kroeg. Onderweg werd een paar keer gepleisterd om de stemming erin te houden. De derdejaars dronken een borrel en de groenen kregen een sapje. 

Vanaf Midlaren begon de jacht. Het wild bestond uit pleedeksels. De boeren in deze buurt hadden vaak nog een plee in een apart staand huisje. Het deksel moest worden geroofd en meegenomen. In beginsel moest elk groen tenminste één pleedeksel veroveren. Ik vond het wat onsmakelijk en eigenlijk ook onbehoorlijk om bezit van anderen te pakken. Maar het was nu eenmaal een langdurige traditie en de boeren hadden er geen probleem mee, zei men. Bovendien kregen ze ’s avonds hun bezit weer terug. 

Sommige groenen wisten zelfs twee deksels te veroveren. Een mede-groen vertelde dat hij door een boer met een mestvork in de aanslag van het erf was gejaagd. Een ander had een vrouw op de plee aangetroffen. Die gilde even, maar het pleedeksel lag ernaast en was gauw weggegrist. 

Om vijf uur kwamen we samen bij het huis van de burgemeester van Zuidlaren. Daar werden we met veel egards ontvangen. Op het gras van de tuin werd het tableau gelegd van de vangst van die dag. Hier lagen nu een veertig pleedeksels in rijen van vier. Geen rijke buit, maar ook niet slecht, zei de Groentijdscommissie.  We kregen allemaal een drankje en de burgemeester sprak ons toe. Hij memoreerde de warme band tussen Vindicat en Zuidlaren. Die moest nog heel lang zo mooi blijven. 

’s Avonds  haalden de boeren hun pleedeksel op. Sommigen waren geërgerd over de moeite die ze moesten doen. Maar ze kregen allemaal een borrel. Afspraak was dat iedereen zijn eigen pleedeksel uit zou zoeken. Mocht er schade zijn, dan werd die vergoed met een rijksdaalder per pleedeksel. Natuurlijk waren er ook boeren die met boerenslimheid even een miserabel dekseltje in elkaar hadden geprutst, dat dan half uit elkaar hing als het bij de burgemeester aankwam. Zo konden ze dan mooi een rijksdaalder incasseren. Ze wisten van te voren dat deze jacht eraan kwam. 

De terugweg verliep luidruchtiger dan de heenweg. Iedereen was vrolijk over de geslaagde jachtpartij en de goede ontvangst bij de burgemeester.  Halverwege werd uitvoerig stilgehouden bij het Kummelcafé en zingend reden we naar de Kroeg. “We gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet….” 

Nu, bij terugblik, zie ik het feodale karakter van de dauwtrapper. Iets voor het Rusland van Toergenjev. In onze tijd kon dit nog allemaal. Het was nu eenmaal altijd zo geweest. En niemand leed er schade door. Slepen met oud en nieuw en bij Luilak in Noord-Holland was erger. 

O tempora, o mores. Deze jacht is verboden. De plees zijn verdwenen. De deksels ook.

 

Nero Zwart

november 2017

 

 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl